Internationale bedrijfsdossiers

Berkshire Hathaway: wat koop je met één aandeel?

Een aandeel Berkshire Hathaway geeft je een belang in een verzameling ondernemingen én beleggingen. Alleen kijken naar de aandelen die het concern bezit, mist een groot deel van het bedrijf. Verzekeringen, spoorvervoer, energie en andere bedrijfsactiviteiten verdienen zelf geld en vragen ook zelf kapitaal. Voor een goede beoordeling moet je beide kanten begrijpen.

Wat zit er achter het aandeel?

Berkshire bezit operationele ondernemingen en houdt daarnaast belangen in beursgenoteerde en andere bedrijven. Het jaarverslag beschrijft een decentraal model: managers leiden de afzonderlijke activiteiten, terwijl de verdeling van kapitaal binnen het concern een belangrijke taak van de leiding is. Verzekeringen vormen een centraal onderdeel van de opzet.

Dat verschilt van een fonds dat een index volgt. De ondernemingsleiding beslist over aankopen, investeringen en de inzet van geld. Er is geen vaste regel dat iedere sector of ieder groot beursbedrijf vertegenwoordigd moet zijn. Een brede verzameling activiteiten maakt Berkshire daarom nog geen vervanging voor iedere breed gespreide portefeuille.

Een eenvoudig onderscheid helpt: bij een volledig gecontroleerde dochteronderneming vloeit het bedrijfsresultaat via consolidatie door in de groepscijfers. Bij een aandelenbelegging gelden andere verslaggevingsregels, afhankelijk van het soort belang. Een lijst met beursposities toont dus niet op dezelfde manier alle verdiencapaciteit van het concern.

Float: geld dat tijdelijk beschikbaar is, met verplichtingen ertegenover

Verzekeraars ontvangen premies voordat alle bijbehorende schades zijn afgewikkeld. Het bedrag dat in die tussentijd beschikbaar is, wordt vaak float genoemd. Berkshire gebruikt daarvoor een specifieke berekening van nettoverplichtingen uit verzekeringscontracten. Op 30 juni 2026 rapporteerde het ongeveer $177,5 miljard float. Dat bedrag is geen extra winst of vrij uitkeerbare kasvoorraad.

Neem een sterk vereenvoudigde verzekeraar die €100 premie ontvangt. Voor claims en bedrijfskosten blijkt uiteindelijk €97 nodig. Vóór beleggingsopbrengsten resteert €3. Moet de verzekeraar €104 betalen, dan ontstaat juist €4 verlies. Het tijdelijk kunnen beleggen van de premies neemt dat verzekeringsverlies niet weg.

De kosten van float hangen daarmee samen met hoe goed verzekeringsrisico wordt geprijsd en afgehandeld. Een grote premiestroom kan aantrekkelijk lijken, maar verkeerd geprijsde verzekeringen veroorzaken later verplichtingen. Groei is hier dus niet automatisch goed nieuws. Soms kan minder nieuwe omzet tegen betere voorwaarden economisch verstandiger zijn.

Kijk ook naar de looptijd. Bij sommige claims wordt snel betaald; bij andere kan de afwikkeling jaren duren. De beleggingen en liquide middelen moeten passen bij die verplichtingen en mogelijke tegenvallers. Alle ontvangen premies in risicovolle langetermijnbeleggingen stoppen zou een heel andere positie opleveren dan alleen een grote float suggereren.

Waarom de nettowinst zo sterk kan bewegen

In het kwartaalverslag maakt Berkshire zichtbaar dat ook ongerealiseerde waardeveranderingen van aandelenbeleggingen in het resultaat terechtkomen. In het tweede kwartaal van 2026 bedroeg de nettowinst voor Berkshire-aandeelhouders $25,667 miljard. Daarvan was $12,684 miljard afkomstig uit beleggingswinsten na belasting en minderheidsbelangen.

Zo’n beleggingswinst is geen verzonnen waarde: de beleggingen kunnen daadwerkelijk meer waard zijn geworden. Maar het is een andere soort resultaat dan premieopbrengsten of inkomsten uit vervoerde goederen. Ook hoeft de stijging niet door verkoop in geld te zijn omgezet.

Een fictief concern verdient in zijn bedrijven €10 en heeft daarnaast €15 waardestijging op beleggingen. Het totale resultaat is dan €25 vóór eventuele verdere correcties. Een jaar later verdienen de bedrijven €11 maar dalen de beleggingen €8: samen €3. De bedrijven verdienen meer, terwijl het totaal fors lager uitvalt. Dat is waarom één koers-winstverhouding op basis van de laatste nettowinst moeilijk te interpreteren kan zijn.

Lees operationele resultaten daarom afzonderlijk, maar wis de beleggingsportefeuille niet uit je analyse. Langdurige verliezen op slechte beleggingen zijn wel degelijk relevant. Het onderscheid helpt bij interpretatie; het is geen reden om alleen gunstige cijfers te kiezen.

Spoor, energie en andere ondernemingen vragen eigen maatstaven

Een verzekeraar, spoorbedrijf en energiebedrijf verdienen niet op dezelfde manier. Bij vervoer tellen volumes, prijzen en kosten per eenheid. Bij kapitaalintensieve activiteiten zijn investeringen en financiering belangrijk. Een hoge winst kan minder vrij besteedbaar geld betekenen als veel daarvan nodig is om bedrijfsmiddelen te onderhouden of uit te breiden.

Vergelijk daarom niet blind de marges van verschillende dochterondernemingen. Een fictieve distributeur die €100 omzet en €3 verdient, kan economisch anders in elkaar zitten dan een dienstverlener die €20 omzet en €4 verdient. Zonder te weten hoeveel kapitaal in beide vastzit, vertelt het margeverschil onvoldoende over het rendement op geïnvesteerd vermogen.

Een bruikbare analyse vraagt per onderdeel welke kosten vast zijn, hoeveel onderhoud nodig is en wie de prijs bepaalt. Voor gereguleerde activiteiten moet je bovendien begrijpen hoe investeringen mogen worden terugverdiend. Een hoger geïnvesteerd bedrag levert niet automatisch onmiddellijk een hoger rendement voor aandeelhouders op.

Veel geld aanhouden: bescherming én een keuze met kosten

Het jaarverslag benadrukt dat liquiditeit zowel verplichtingen onder moeilijke omstandigheden moet kunnen opvangen als ruimte moet geven voor investeringen. Die twee doelen mag je niet verwarren. Niet elk dollarbedrag op een geconsolideerde balans is zonder gevolgen uit te keren aan aandeelhouders.

Een grote liquide positie kan nuttig zijn wanneer aantrekkelijke overnames of beleggingen beschikbaar komen. Tegelijk kan ze het rendement drukken als een belangrijk deel langdurig minder oplevert dan andere mogelijkheden. Daaruit volgt niet dat iedere snelle aankoop beter is. Slecht kapitaal inzetten kan veel duurder zijn dan tijdelijk wachten.

Reken het afruilpunt voor jezelf door. Stel dat €100 tijdelijk 3% oplevert en een voorgenomen investering naar verwachting 7%. Het verschil is €4 per jaar, vóór belasting en risico. Dat is de mogelijke gemiste opbrengst van wachten. Maar als de investering uiteindelijk €20 aan waarde verliest, was het hogere verwachte jaarlijkse rendement geen garantie voor een goede beslissing.

Het verschil tussen A- en B-aandelen

Volgens het kwartaalverslag vertegenwoordigt één B-aandeel 1/1.500 van de economische rechten van één A-aandeel, maar 1/10.000 van het stemrecht. Een A-aandeel kan op verzoek worden omgezet in 1.500 B-aandelen. De omgekeerde omzetting is niet mogelijk. De lagere prijs per B-aandeel betekent dus niet dat dezelfde onderneming goedkoper wordt gewaardeerd.

Een fictief voorbeeld: als een A-aandeel €600.000 kost en een B-aandeel €400, komt 1.500 maal €400 ook op €600.000 uit. De economische prijsverhouding is in dat voorbeeld gelijk. Verschillen in werkelijke marktprijzen, transactiekosten en beschikbaarheid moet je op het aankoopmoment controleren.

Let op hoe je broker het symbool weergeeft. De scheiding tussen bedrijfsnaam, aandelenklasse, beurs en valuta voorkomt dat je een ander instrument selecteert dan bedoeld. Een lage nominale aandeelprijs is geen maatstaf voor goedkoop of duur; je koopt een kleiner economisch belang.

Hoe voorkom je dubbeltelling in de waardering?

Een optelsom van bedrijfsonderdelen kan behulpzaam zijn, zolang je dezelfde bezittingen niet twee keer meeneemt. Als je beleggingsinkomsten kapitaliseert én de volledige onderliggende portefeuille boven op die waarde zet, kan er dubbeltelling ontstaan. Ook verzekeringsverplichtingen, belastingen en financiering moeten consistent worden verwerkt.

Boekwaarde kan een controlepunt zijn, maar is niet vanzelf de economische waarde. Sommige bedrijven kunnen meer verdienen dan hun balanswaarde suggereert; andere activa leveren minder op dan verwacht. Een bepaalde koers-boekwaardeverhouding is daarom geen automatische koopgrens die in iedere periode hetzelfde betekent.

Maak liever zichtbaar welke winst je als houdbaar beschouwt, welk rendement je daarop verlangt en hoe je de beleggingen en verplichtingen behandelt. Gebruik voor onzekere onderdelen een bandbreedte. Een exact bedrag achter de komma maakt een onzekere schatting niet nauwkeuriger.

Wat moet je als aandeelhouder blijven volgen?

  • De verzekeringsresultaten vóór beleggingsopbrengsten en de ontwikkeling van verplichtingen.
  • De winst en investeringsbehoefte van de operationele ondernemingen.
  • De verhouding tussen liquiditeit, verplichtingen en nieuwe investeringsmogelijkheden.
  • De inzet van kapitaal per aandeel, inclusief eventuele inkoop en overnames.
  • De prijs die je betaalt ten opzichte van een behoudende inschatting van de verdiencapaciteit.

Het historische succes van een concern is geen vervanging voor deze beoordeling. Een nieuwe aandeelhouder koopt de toekomstige resultaten vanaf de huidige aankoopprijs. Juist bij een bekende naam helpt het om die prijs en je eigen verwachtingen apart op papier te zetten.

Bronnen en controle

Gecontroleerd op 14 oktober 2026. Bedrijfscijfers hebben een eigen verslagperiode. Rekenvoorbeelden zijn fictief; er wordt geen actuele koers of persoonlijk advies gegeven.

De redactionele vergelijking omvatte ook Hobite: Berkshire-analyse, Elevation Finance: Berkshire. De financiële feiten zijn gecontroleerd bij de primaire bronnen.