Internationale bedrijfsdossiers

TSMC: de fabrikant achter veel chipontwerpen

TSMC maakt chips voor bedrijven die hun eigen chipontwerpen laten produceren. Als aandeelhouder beleg je daarmee in fabrieken, productieprocessen en de capaciteit om ingewikkelde ontwerpen betrouwbaar op grote schaal te maken. Dat is een andere positie dan die van een chipontwerper of machinebouwer. Voor het aandeel tellen vooral de opbrengst van die capaciteit, de investeringen die ervoor nodig zijn en de prijs die je voor toekomstige winst betaalt.

Een chipmerk en een chipfabriek verdienen anders

Taiwan Semiconductor Manufacturing Company noemt zichzelf een pure-play foundry: een producent voor andere ondernemingen. Het bedrijf verkoopt geen eigen assortiment consumentenprocessors waarmee het rechtstreeks tegen zijn klanten concurreert. Het jaarverslag over 2025 noemt toepassingen van smartphones tot high-performance computing, auto’s en industriële elektronica. De beursnoteringen zijn 2330 in Taiwan en TSM voor de Amerikaanse depositary shares in New York.

Voor een analyse helpt het om drie rollen op papier te scheiden. De ontwerper bepaalt wat een chip moet doen. De fabrikant zet een ontwerp om in fysieke chips. De leverancier van productiemachines verkoopt gereedschap aan de fabriek. Een sterke vraag naar een bepaald eindproduct kan alle drie helpen, maar niet noodzakelijk op hetzelfde moment of met dezelfde marge.

Een bestelling voor machines kan bijvoorbeeld voorafgaan aan de productieomzet. Daarna moet de nieuwe capaciteit voldoende worden gebruikt. Wie de groei van een machinebouwer rechtstreeks vertaalt naar de winstgroei van een producent, slaat die tussenstappen over. Ook een chipontwerper met weinig eigen fabrieken heeft een andere investeringsrekening. Vergelijk TSMC dus niet uitsluitend met ondernemingen die toevallig allemaal onder het beurslabel ‘chips’ vallen.

Waarom een volle fabriek meer zegt dan alleen veel orders

Een fabriek vraagt investeringen voordat de eerste verkoopbare productie eruit komt. Daarna blijven onder meer onderhoud, personeel en afschrijvingen bestaan wanneer de vraag terugvalt. De economische vraag is daarom niet alleen hoeveel omzet er bijkomt, maar ook hoeveel extra kosten daarvoor nodig zijn.

Neem een volledig fictieve fabriek. Zij heeft €100 miljoen omzet, €35 miljoen variabele productiekosten en €45 miljoen vaste kosten, inclusief afschrijvingen. Het operationele resultaat is €20 miljoen. Bij 20% minder omzet en evenredig minder variabele kosten blijven €80 miljoen omzet, €28 miljoen variabele kosten en dezelfde €45 miljoen vaste kosten over: €7 miljoen resultaat. Een omzetdaling van 20% veroorzaakt dan een winstdaling van 65%.

Dit is geen schatting van TSMC’s kostenstructuur. Het laat zien waarom bezetting en vaste kosten samen moeten worden gelezen. Bij echte bedrijven veranderen prijzen, productmix en kosten bovendien tegelijk. Eén eenvoudige rekensom voorspelt daarom geen kwartaal, maar maakt wel duidelijk welke informatie je nog mist.

Een kleinere productiegeneratie is geen zelfstandig beleggingsargument

TSMC beschrijft in het jaarverslag verschillende procesgeneraties en geavanceerde verpakkingstechnieken. Dat laatste is relevant omdat afzonderlijke chips ook met elkaar verbonden moeten worden. Voor de belegger is een technische naam pas nuttig wanneer duidelijk wordt wat die betekent voor vraag, kosten en omzet.

Vraag bij een nieuwe generatie of het gaat om ontwikkeling, eerste productie of productie op grote schaal. Dat zijn verschillende mijlpalen. Een klant die een technologie evalueert, is nog niet hetzelfde als een terugkerende omvangrijke omzetstroom. Een aangekondigde fabriek staat evenmin gelijk aan direct beschikbare capaciteit.

Beoordeel ook welke oudere producties blijven bijdragen. Een vergelijking die alleen naar het nieuwste proces kijkt, kan de rest van het bedrijf uit het oog verliezen. De technische voorhoede en de economische opbrengst van het totale bedrijf zijn verwant, maar niet identiek.

Een gedateerd voorbeeld uit de kwartaalcijfers

In de publicatie van 16 juli 2026 rapporteerde TSMC over het kwartaal tot en met 30 juni 2026. De onderstaande cijfers zijn historische bedrijfsresultaten, geen actuele koersinformatie of voorspelling voor het volgende kwartaal.

TSMC, tweede kwartaal 2026; officiële publicatie van 16 juli 2026
Maatstaf Gerapporteerd Waar let je op?
Omzet in Amerikaanse dollars US$40,20 miljard Gebruik dezelfde valuta bij een groeivergelijking.
Omzetgroei in Amerikaanse dollars 33,7% tegenover een jaar eerder Een vergelijking met het vorige kwartaal beantwoordt een andere vraag.
Operationele marge 60,3% Een kwartaalmarge is geen garantie voor volgende perioden.
Omzetaandeel 7 nanometer en geavanceerder 77% van de waferomzet Deze noemer is waferomzet, niet zonder meer alle geconsolideerde omzet.

In hetzelfde bericht gaf de directie verwachtingen voor het derde kwartaal. Zulke vooruitzichten horen in een aparte kolom. Ze worden geen gerealiseerde resultaten doordat de verwachte periode inmiddels voorbij is. Daarvoor is de daadwerkelijke publicatie nodig.

Ook maandelijkse omzetberichten vervangen de volledige kwartaalrekening niet. Een maandbedrag vertelt op zichzelf onvoldoende over winst, kasstroom of de omzetverdeling. Vermijd dus een winstconclusie die alleen op een sterke omzetmaand rust.

Winst financiert de volgende fabriek niet automatisch

De resultatenrekening verdeelt investeringen via afschrijvingen over de gebruiksduur. De betaling voor een nieuwe fabriek kan eerder en veel groter zijn. Daarom hoort naast de marge altijd de kasstroomrekening. Bekijk operationele kasstroom, betaalde investeringen en de resterende financieringsruimte afzonderlijk.

Een fictieve onderneming kan €30 miljard operationele kasstroom ontvangen en €24 miljard investeren. Er blijft volgens de eenvoudige kasstroom-minus-investeringen-definitie €6 miljard over. Stijgt de operationele kasstroom naar €33 miljard maar de investering naar €30 miljard, dan halveert dat bedrag naar €3 miljard ondanks de groei. Het oordeel hangt vervolgens af van wat de investering later oplevert en wanneer.

Het omgekeerde kan ook: minder investeren vergroot tijdelijk de vrije kasstroom terwijl toekomstige capaciteit of technologie achterblijft. Zet een hoog kasstroomcijfer daarom niet automatisch gelijk aan beter ondernemingsbeleid. In het dossier over vrije kasstroom staat waarom de definitie en betalingen buiten die maatstaf meewegen.

Welke afhankelijkheden blijven bestaan?

TSMC beschrijft uitbreiding van zijn productie buiten Taiwan én verdere investeringen in Taiwan. Een geografische uitbreiding is geen alles-of-niets-gebeurtenis. Een bouwplan neemt de bestaande afhankelijkheid niet onmiddellijk weg; fabrieken moeten eerst worden voltooid en operationeel worden.

Maak daarom een onderscheid tussen de locatie van bestaande productie, aangekondigde projecten en de bijdrage die nieuwe locaties werkelijk leveren. Een percentage of kaart zonder peildatum kan die drie door elkaar halen. Bedenk daarnaast welk soort verstoring je onderzoekt: een lokale productiestoring vraagt een andere analyse dan handelsbeperkingen of een grote vraaguitval bij klanten.

Ook veel klanten betekenen niet vanzelf gelijkmatig verdeelde omzet. Kijk in de rapportage hoeveel omzet bij grote afnemers geconcentreerd is, zonder ontbrekende klantnamen zelf in te vullen. Hetzelfde geldt voor productcategorieën: een brede omschrijving als high-performance computing is niet automatisch volledig AI-omzet.

Let bij de Amerikaanse notering op de rekeneenheid

De Amerikaanse depositary share is een effect dat gewone aandelen vertegenwoordigt. Controleer de actuele verhouding en de voorwaarden voordat je prijzen of winst per aandeel vergelijkt. Een koers in Amerikaanse dollars en een winstbedrag in Taiwanese dollars kun je niet rechtstreeks op elkaar delen.

Een algemene controle bestaat uit drie stappen: gebruik het juiste aantal onderliggende aandelen, reken tegen een consistente wisselkoers om en vergelijk prijzen met een passende tijdstempel. Verschillende beursuren kunnen een schijnbaar prijsverschil veroorzaken. Kosten van bewaring, dividendafhandeling en eventuele omzetting horen ook bij de gekozen handelslijn.

Voor een belegger die in euro’s rekent, bestaat bovendien een valutalaag boven op het koersresultaat. Een dollarnotering verandert het bedrijf zelf niet in een uitsluitend Amerikaanse onderneming. De handelsvaluta en de valuta van bedrijfsinkomsten zijn verschillende zaken.

Wat moet jouw aankoopprijs waarmaken?

Een sterk bedrijf kan een teleurstellende belegging zijn als de prijs al veel toekomstige groei veronderstelt. Schrijf daarom op welke omzet, marge, investeringen en winst per aandeel je aannemelijk vindt. Gebruik een lagere uitkomst naast je gunstige scenario.

Een fictief voorbeeld maakt het verschil zichtbaar. Bij €10 winst per aandeel en een waardering van 30 keer de winst is de koers €300. Stijgt de winst naar €12, maar daalt de waardering naar 22 keer, dan is de koers €264. De winst groeide 20%, terwijl de koers 12% daalde. Dit is geen TSMC-koersdoel; het is een controle op de gedachte dat bedrijfsgroei automatisch hetzelfde aandelenrendement oplevert.

Een bruikbaar dossier eindigt daarom met aannames die je later kunt toetsen. Welke fabriek moet bijdragen? Welke marge gebruik je? Hoeveel kapitaal blijft nodig? Welke notering waardeer je? Een antwoord op die vragen is informatiever dan alleen vaststellen dat chips belangrijk zijn.

Bronnen en controle

Gecontroleerd op 14 oktober 2026. Bedrijfscijfers hebben een eigen verslagperiode. Rekenvoorbeelden zijn fictief; er wordt geen actuele koers of persoonlijk advies gegeven.

De redactionele vergelijking omvatte ook De Belegger: ADR-premie, Synthos Research: TSM. De financiële feiten zijn gecontroleerd bij de primaire bronnen.