Markten en economie

De Nasdaq 100 is meer dan een technologie-index

De Nasdaq 100 volgt grote niet-financiële ondernemingen met een toegestane Nasdaq-notering. Technologie heeft veel invloed, maar technologie is niet het officiële toelatingscriterium. Wie de index als een breed mandje van alle Amerikaanse technologiebedrijven ziet, mist zowel de uitsluitingen als de concentratie.

Beurs, Composite en Nasdaq 100 zijn verschillende begrippen

Nasdaq is een beursorganisatie en handelsmarkt. De Nasdaq Composite is een brede index van daarvoor geschikte Nasdaq-effecten. De Nasdaq 100 is een beperktere selectie van grote niet-financiële ondernemingen. Een nieuwsbericht dat alleen ‘de Nasdaq’ noemt, kan daardoor onduidelijk zijn.

Voor een fondsvergelijking is de exacte benchmark noodzakelijk. Twee producten met Nasdaq in de naam kunnen andere effecten volgen, anders wegen of zelfs een hefboom gebruiken. Een vergelijkbare naam maakt hun risico en rendement niet gelijk.

De Nasdaq 100 is evenmin beperkt tot ondernemingen die uitsluitend in de Verenigde Staten actief zijn. Internationale ondernemingen kunnen onder de noteringsregels vallen. Kijk dus afzonderlijk naar de toelating, de vestiging van de bedrijven en de landen waar zij geld verdienen.

Wat wordt geselecteerd en wat ontbreekt?

De methodologie sluit de financiële sector volgens de gebruikte ICB-indeling uit. Een technologiebedrijf dat alleen aan een andere beurs is genoteerd, hoort ook niet automatisch bij dit universum. Omgekeerd kunnen bijvoorbeeld consumentengoederen- en gezondheidszorgbedrijven wel in aanmerking komen.

Zo ontstaat een portefeuille die door een beursnotering en sectoruitsluitingen wordt gevormd. Dat is een andere opdracht dan ‘bezit de hele economie’ of ‘bezit alle technologie’. De selectie kan economisch samenhangen, ook wanneer de formele sectorlabels verschillen.

Denk aan een fictieve combinatie van een chipproducent, een cloudaanbieder en een softwarebedrijf. Ze verkopen verschillende producten, maar kunnen alle drie afhankelijk zijn van dezelfde investeringsgolf. Als klanten projecten uitstellen, kunnen hun vooruitzichten gelijktijdig verslechteren. Drie bedrijfsnamen leveren dan minder onafhankelijke spreiding op dan de telling suggereert.

De regels veranderden in 2026

Nasdaq voerde per 1 mei 2026 wijzigingen door. Naast de jaarlijkse selectie in december kwamen nadrukkelijker ranggebaseerde kwartaalbeoordelingen en een versnelde toelatingsroute voor zeer grote kandidaten. Ook veranderde de behandeling van aandelen met weinig vrij verhandelbare stukken.

De huidige methodologie maakt verschil tussen de beurswaarde voor rangschikking en de waarde voor weging. Voor effecten met een lage free float wordt het aantal aandelen in de wegingsberekening begrensd op maximaal driemaal het vrij verhandelbare aantal. De volledige beurswaarde en het uiteindelijke indexgewicht hoeven daardoor niet in dezelfde verhouding te staan.

Een vereenvoudigd fictief voorbeeld: een toegelaten aandelenklasse telt 100 miljoen aandelen, waarvan 20 miljoen vrij verhandelbaar zijn. Driemaal de free float is 60 miljoen. Voor deze stap in de wegingsberekening tellen dan maximaal 60 miljoen aandelen mee. Dat betekent niet dat het bedrijf nog maar 60 miljoen aandelen heeft of dat dit meteen zijn definitieve gewicht is; andere indexregels werken daarna door.

Een oude uitleg kan dus een herkenbare definitie bevatten en toch verkeerde toelatingsdetails geven. Gebruik bij precieze criteria de actuele methodologie, niet alleen de datum boven een algemene uitlegpagina.

Honderd betekent niet altijd exact honderd regels

Meerdere toegelaten aandelenklassen van één bedrijf kunnen afzonderlijk in de index voorkomen. Daarnaast kunnen bepaalde toevoegingen volgens de huidige regels tijdelijk het aantal bedrijven boven honderd brengen. Een telling van posities moet je daarom verklaren voordat je concludeert dat een fonds een verkeerde index volgt.

Voor economische concentratie tel je de belangen per onderneming samen. Stel aandelenklasse A van een bedrijf weegt fictief 3% en klasse C 2,5%. Je blootstelling aan die onderneming is dan 5,5%, ook wanneer beide regels afzonderlijk buiten een lijstje met de vijf grootste posities vallen.

Bij een ETF kunnen daarnaast kasmiddelen of andere uitvoeringsposities zichtbaar zijn. Het aantal regels op een fondspagina kan daardoor nog eens afwijken van het aantal effecten in de benchmark. Vergelijk de definities, niet alleen de aantallen boven de tabel.

Aangepaste marktweging is geen gelijke verdeling

De Nasdaq 100 gebruikt een aangepaste beurswaardeweging. Er zijn begrenzingen om extreme gewichten te beperken, maar dat maakt de index niet gelijkgewogen. De uiteindelijke belangen kunnen sterk uiteenlopen en bewegen tussen herwegingen mee met de koersen.

Neem een fictieve portefeuille met 45% in een groep grote ondernemingen en 55% in de rest. Daalt de grote groep 20% terwijl de rest 5% stijgt, dan is het gezamenlijke resultaat ongeveer −9% + 2,75% = −6,25%. Positieve resultaten bij de rest zijn onvoldoende om de zware groep te compenseren.

Een begrenzingsregel voorkomt ook geen verlies van een individueel aandeel. Zij bepaalt hoeveel invloed dat aandeel onder bepaalde omstandigheden krijgt. Beleggingen kunnen gezamenlijk dalen, zelfs wanneer geen enkele afzonderlijke positie boven een toegestane grens uitkomt.

Groei van een bedrijf en rendement van een aandeel lopen uiteen

Een bedrijf kan sterk groeien en toch een teleurstellende belegging opleveren als de beginprijs nog meer groei veronderstelde. Dat is relevant bij elk aandeel waarvoor beleggers ver in de toekomst rekenen.

Stel een fictief bedrijf verdient €2 per aandeel en de beurs betaalt daarvoor 40 maal de winst: €80. Een jaar later stijgt de winst met 25% naar €2,50, maar beleggers willen nog 25 maal de winst betalen. De berekende koers is dan €62,50, een daling van bijna 22%, ondanks de forse winstgroei. Het voorbeeld is een waarderingsrekensom, geen koersmodel voor de hele index.

Een verandering in rente kan invloed hebben op de waardering van toekomstige kasstromen. Maar ‘hogere rente betekent altijd een lagere Nasdaq’ is te stellig. Tegelijk veranderen winstverwachtingen, risicovergoedingen en al ingeprijsde verwachtingen. Het gaat om de combinatie en om wat afwijkt van wat de markt eerder verwachtte.

Bij een technologiethema moet je bovendien onderscheid maken tussen vraag naar producten, omzet, marge, investeringen en uiteindelijk geld voor aandeelhouders. Veel vraag kan samengaan met hoge kosten of intensieve concurrentie.

Wat voeg je toe aan je bestaande portefeuille?

Een Nasdaq 100-fonds kan bedrijven bevatten die je al via een Amerikaans fonds of wereldfonds bezit. Een tweede product is dan deels een extra belang in dezelfde ondernemingen.

Stel jouw bestaande fonds heeft fictief 20% in een groep bedrijven. Een aanvullend fonds heeft 60% in diezelfde groep. Verdeel je €10.000 als €7.000 in het eerste en €3.000 in het tweede, dan bedraagt het gezamenlijke belang €1.400 + €1.800 = €3.200, ofwel 32%. Je hebt de blootstelling verhoogd van 20% naar 32%.

Dat kan een bewuste voorkeur zijn, maar het is geen nieuwe spreiding in die bedrijven. Maak de berekening met actuele onderliggende posities en voeg eventuele losse aandelen toe. Vergelijk daarnaast sectoren en gedeelde klanten of investeringscycli.

Een fondsresultaat goed lezen

Gebruik dezelfde valuta, periode en dividendbehandeling wanneer je een fonds naast een indexgrafiek zet. Een euroresultaat kan afwijken van een dollarresultaat door de wisselkoers. Een handelsnotering in euro’s betekent niet automatisch dat de onderliggende valutablootstelling is afgedekt.

Controleer daarnaast of het product de gewone index, een gelijkgewogen variant, een afgedekte variant of een strategie met dagelijkse hefboom volgt. Vooral die laatste heeft een ander rekenpad. Bij een fictieve indexstijging van 10% en vervolgens een daling van 9,09% is de index ongeveer terug op haar beginpunt. Een dagelijks tweemaal meebewegende belegging gaat theoretisch van 100 naar 120 en daarna naar ongeveer 98,18, nog vóór kosten. Tweemaal het dagrendement is geen tweemaal het rendement over elke langere periode.

De exacte productdocumentatie bepaalt wat wordt nagestreefd. Populariteit en historische prestaties zeggen niet of dat doel past bij de blootstelling die je zoekt.

Bronnen en controle

Gecontroleerd op 14 oktober 2026. Rekenvoorbeelden zijn fictief en geen actuele koersen. De geraadpleegde primaire bronnen en de gebruikte onderdelen staan hieronder.

Ook inhoudelijk vergeleken met DEGIRO, Aandelenanalist.