Bedrijfsanalyse

Hoeveel financiële tegenwind kan een bedrijf opvangen?

Solvabiliteit laat zien hoe groot het eigen vermogen is ten opzichte van het totale vermogen. Het is een aanwijzing voor de financiële buffer van een bedrijf, maar geen garantie dat het iedere rekening kan betalen. Daarvoor moet je ook weten hoe verkoopbaar de bezittingen zijn en wanneer geld binnenkomt en schulden vervallen.

De formule en de balans erachter

De veelgebruikte solvabiliteitsratio is eigen vermogen / totaal vermogen × 100%. Totaal vermogen is het balanstotaal: activa aan de ene kant en eigen vermogen plus verplichtingen aan de andere. Gebruik bedragen van dezelfde datum en dezelfde onderneming of geconsolideerde groep.

Een fictieve groothandel heeft €10 miljoen activa en €6 miljoen verplichtingen. Het eigen vermogen is €4 miljoen. De solvabiliteit is €4 / €10 × 100% = 40%. Dat betekent dat 40% van de boekhoudkundige financiering uit eigen vermogen bestaat.

Het betekent niet dat 40% van de activa op een bankrekening staat. Het vermogen kan zijn vastgelegd in gebouwen, voorraad en klantvorderingen. Ook is dit niet hetzelfde als schuld/eigen vermogen: daarbij gebruik je een andere teller en noemer. Vergelijk alleen ratio’s met dezelfde definitie.

Een afboeking raakt de buffer sneller dan je denkt

Stel dat de groothandel €2 miljoen moet afwaarderen op onverkoopbare voorraad. Zonder belastingeffect en andere wijzigingen dalen activa naar €8 miljoen en eigen vermogen naar €2 miljoen. De verplichtingen blijven €6 miljoen. De solvabiliteit wordt €2 / €8 = 25%.

Situatie Activa Verplichtingen Eigen vermogen Solvabiliteit
Voor afboeking €10 mln €6 mln €4 mln 40%
Na €2 mln afboeking €8 mln €6 mln €2 mln 25%

Een waardedaling van 20% van de activa halveert in dit voorbeeld het eigen vermogen. Dat is de hefboom van financiering met verplichtingen. Dezelfde afwaardering zou bij minder schuld minder zwaar drukken op de overgebleven buffer.

Dit is een stresstest op boekwaarden, geen faillissementsvoorspelling. Bij gedwongen verkoop kunnen opbrengsten lager zijn dan de balanswaarde, terwijl juridische rangorde en zekerheden bepalen wie recht heeft op welke opbrengsten.

Solvabel zijn is iets anders dan liquide zijn

Een bedrijf met veel onbelast vastgoed kan een forse vermogensbuffer hebben en toch geen geld voor een betaling morgen. Het pand verkopen kost tijd. Een kasplanning en overzicht van vervallende schulden zijn daarom onmisbaar naast de ratio.

Omgekeerd kan een onderneming vandaag veel cash hebben uit een net opgenomen lening en toch een lage solvabiliteit tonen. De kaspositie stijgt samen met de schuld; het eigen vermogen groeit niet mee. Veel geld op de rekening zegt zonder de herkomst weinig over de buffer.

Bekijk liquiditeit, operationele kasstroom en solvabiliteit samen. Waar solvabiliteit de financieringsstructuur samenvat, helpt een kasstroomanalyse beoordelen of de activiteiten betalingen kunnen dragen. Vrije kasstroom is daarbij nuttig, met aandacht voor betalingen buiten de gebruikte definitie.

Welke solvabiliteit is goed?

Er is geen percentage dat voor iedere onderneming voldoende is. Een bedrijf met stabiele inkomsten en gemakkelijk verkoopbare activa verschilt van een onderneming met grillige resultaten of snel verouderende voorraad. Financiers kunnen bovendien een aangepaste vermogensdefinitie gebruiken.

Algemene vuistregels zijn hooguit een vertrekpunt. Kijk bij een beursbedrijf naar vergelijkbare ondernemingen, de ontwikkeling door de tijd en de eisen in financieringsafspraken. Een convenant kan goodwill uitsluiten of achtergestelde leningen anders behandelen dan je eigen eenvoudige berekening.

Bij banken en verzekeraars spelen specifieke toezichtmaatstaven. Een gewone eigenvermogen/balanstotaal-ratio vervangt daar geen CET1- of Solvency II-analyse. De naam solvabiliteit wordt in verschillende contexten gebruikt, maar de berekeningen en risico’s zijn niet onderling uitwisselbaar.

Welke veranderingen verhogen de ratio werkelijk?

Ingehouden winst kan het eigen vermogen vergroten. Een kapitaalstorting verhoogt zowel vermogen als cash. Een dividenduitkering werkt doorgaans andersom: er gaat vermogen uit de onderneming. Een nieuwe lening verhoogt activa en verplichtingen, waardoor de ratio bij gelijk eigen vermogen daalt.

Met de oorspronkelijke €10 miljoen activa en €4 miljoen eigen vermogen leidt een nieuwe lening van €2 miljoen tot €12 miljoen activa en nog steeds €4 miljoen vermogen: 33,3%. De kas is groter geworden, de solvabiliteit lager.

Het innen van een klantvordering wisselt op zichzelf alleen de ene activa-post voor de andere: vordering wordt cash. Het balanstotaal en eigen vermogen veranderen dan niet. Gebruik je die cash vervolgens om schuld af te lossen, dan dalen activa en verplichtingen en kan de ratio stijgen. Deze tussenstap voorkomt de misvatting dat sneller betaald krijgen automatisch direct de solvabiliteit verhoogt.

Zo beoordeel je de buffer in de praktijk

Lees naast de verhouding de kwaliteit van activa, de looptijd van schulden en de toelichting op garanties en andere verplichtingen. Vergelijk seizoensbedrijven op vergelijkbare momenten: een grote voorraadopbouw kan het beeld rond één balansdatum sterk beïnvloeden.

Maak vervolgens een eenvoudige gevoeligheidsberekening: wat gebeurt er bij een afwaardering, tegenvallend resultaat of extra lening? Houd belastingeffecten en andere wijzigingen expliciet buiten of binnen het model. Een hoge uitgangsratio is pas informatief wanneer je begrijpt welke tegenvallers de onderneming daarmee moet kunnen opvangen.

Bronnen en controle

Gecontroleerd op . Rekenvoorbeelden zijn fictief, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Geraadpleegde primaire bronnen:

Voor vergelijking van de uitleg zijn ook gelezen: ABN AMRO solvabiliteit; Rabobank solvabiliteit. Deze vergelijking vervangt de primaire bronnen niet.