Bedrijfsanalyse

Een hoog rendement op eigen vermogen: hoe komt dat tot stand?

Rendement op eigen vermogen, of ROE, zet de nettowinst af tegen het boekhoudkundige eigen vermogen. Een hoge uitkomst kan komen door goede marges, maar ook door een kleine vermogensbuffer. Je leert daarom meer van de oorzaken van het percentage dan van een ranglijst met de hoogste ROE.

Gebruik winst en vermogen die bij elkaar horen

De gebruikelijke formule is ROE = nettowinst / gemiddeld eigen vermogen × 100%. Gebruik voor gewone aandeelhouders het resultaat dat aan hen toekomt en het bijbehorende eigen vermogen. Meng geen totale groepswinst inclusief minderheidsbelangen met alleen het vermogen van de moedermaatschappij.

Een jaarwinst is opgebouwd gedurende twaalf maanden; de balans toont één datum. Daarom past gemiddeld eigen vermogen beter dan uitsluitend de eindstand. Een eenvoudige benadering is beginvermogen plus eindvermogen, gedeeld door twee. Bij een grote kapitaalstorting of overname midden in het jaar kan een gemiddelde op basis van kwartaal- of maandstanden een beter beeld geven.

Het eigen vermogen is geen beurswaarde. Het bestaat uit boekhoudkundige posten zoals ingebracht kapitaal, ingehouden resultaat en reserves. De prijs waarvoor je aandelen koopt, kan veel hoger of lager liggen. ROE is dus niet hetzelfde als het rendement op jouw aankoopbedrag.

Een berekening met begin- en eindvermogen

Een fictieve onderneming begint het jaar met €40 miljoen eigen vermogen en eindigt met €50 miljoen. De aan gewone aandeelhouders toekomende nettowinst is €6 miljoen. Het eenvoudige gemiddelde bedraagt (€40 + €50) / 2 = €45 miljoen. De ROE is €6 / €45 × 100% = 13,3%, afgerond.

Wie alleen de eindbalans gebruikt, komt op 12%. Alleen de beginbalans geeft 15%. Geen van deze uitkomsten mag zonder uitleg naast een andere definitie worden gezet. Noteer daarom bij een vergelijking niet alleen het percentage, maar ook welke winst en welke vermogensbasis zijn gebruikt.

Stel dat de beurswaarde €120 miljoen is. De winst van €6 miljoen is dan 5% van die beurswaarde. Dat is een andere verhouding met een andere vraag. Ook die 5% is geen beloofd rendement: de koers kan veranderen en winst hoeft niet volledig te worden uitgekeerd.

De drie onderdelen achter ROE

Met een eenvoudige DuPont-ontleding kun je ROE uitsplitsen in nettowinstmarge, omloopsnelheid van activa en financiële hefboom. Gebruik voor balansposten consistente gemiddelden. De vermenigvuldiging luidt: nettowinst/omzet × omzet/gemiddelde activa × gemiddelde activa/gemiddeld eigen vermogen.

Onderdeel Fictief voorbeeld Uitkomst
Nettowinstmarge 6 / 100 6%
Omloopsnelheid activa 100 / 75 1,33 keer
Activa ten opzichte van eigen vermogen 75 / 45 1,67 keer
Samen (onafgerond rekenen) (6/100) × (100/75) × (75/45) 13,3%

De breuken vallen algebraïsch tegen elkaar weg tot winst gedeeld door eigen vermogen. De waarde zit in de uitleg: verdient het bedrijf meer op iedere euro omzet, gebruikt het minder activa voor dezelfde omzet, of financiert het een groter deel met verplichtingen? Die drie routes hebben niet hetzelfde risicoprofiel.

De factor activa/eigen vermogen omvat alle relevante verplichtingen op de balans, niet alleen bankleningen. Leverancierskrediet en andere posten kunnen dus ook invloed hebben. Voor een oordeel over financieringsrisico moet je de samenstelling daarvan apart bekijken.

Een inkoopprogramma kan ROE verhogen zonder winstgroei

Stel dat een onderneming €8 miljoen nettowinst maakt op een constant gemiddeld eigen vermogen van €80 miljoen. ROE is 10%. Na een vereenvoudigde, volledig doorgevoerde inkoop daalt de vermogensbasis naar €60 miljoen. Bij dezelfde winst wordt de verhouding 13,3%. In deze illustratie is de timing buiten beschouwing gelaten om alleen het noemereffect te laten zien.

Het bedrijf is niet ineens beter gaan verkopen. Er staat minder boekhoudkundig eigen vermogen tegenover dezelfde winst. Is de inkoop met schuld betaald, dan kunnen toekomstige rentelasten bovendien toenemen. Is cash gebruikt, dan is de liquiditeitsbuffer kleiner. De werkelijke jaar-ROE hangt af van het moment van inkoop en de overige veranderingen.

Een hogere ROE na een inkoop is daarom aanleiding om het mutatieoverzicht van het eigen vermogen te lezen. Kijk hoeveel komt door winst, dividend, inkoop, kapitaaluitgifte en overige rechtstreekse vermogensmutaties.

Bij een kleine of negatieve noemer verliest de ratio betekenis

€1 miljoen winst gedeeld door €1 miljoen eigen vermogen geeft 100%. Dat indrukwekkende percentage kan juist betekenen dat er nauwelijks buffer is. Een beperkte afboeking kan het vermogen al sterk aantasten. Er bestaat geen universele grens waarboven ROE automatisch goed is.

Bij negatief eigen vermogen wordt de interpretatie nog gevaarlijker. Een verlies van €2 miljoen gedeeld door negatief eigen vermogen van €10 miljoen geeft rekenkundig plus 20%. Dat is geen gezonde winstgevendheid: zowel teller als noemer zijn negatief. Vermeld in zo’n situatie dat de gebruikelijke ROE-interpretatie niet bruikbaar is.

Ook sectoren verschillen. Een dienstverlener kan veel waarde ontlenen aan kennis die niet als actief op de balans staat. Een kapitaalintensief bedrijf heeft juist omvangrijke activa nodig. De percentages meten dan niet hetzelfde economische vertrekpunt.

Een hoge ROE beoordelen zonder snelle conclusie

Onderzoek eerst of de winst terugkerend is. Een eenmalige verkoopwinst of belastingbate kan het percentage tijdelijk optillen. Bekijk daarna of de vermogensbasis is gekrompen en hoe schulden, liquiditeit en kasstromen zich ontwikkelen. Vergelijk meerdere jaren met ondernemingen die een vergelijkbaar bedrijfsmodel en verslaggevingsbasis hebben.

Een onderneming kan historisch hoge ROE tonen en toch weinig mogelijkheden hebben om nieuwe winst even rendabel te herinvesteren. Omgekeerd kan een recente kapitaalstorting ROE tijdelijk drukken terwijl de gefinancierde uitbreiding nog moet gaan bijdragen. De ratio beschrijft het verleden; je moet de toekomstige inzet van kapitaal afzonderlijk beoordelen.

Bij het lezen van winst helpt EBIT om financieringslasten apart te bekijken. Voor een volledige analyse blijven de prijs van het aandeel en de toekomstige kasstromen nodig. Het hoogste percentage alleen is geen aankoopargument.

Bronnen en controle

Gecontroleerd op . Rekenvoorbeelden zijn fictief, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Geraadpleegde primaire bronnen:

Voor vergelijking van de uitleg zijn ook gelezen: Jaarrekening.be ROE; DEGIRO fundamentele analyse. Deze vergelijking vervangt de primaire bronnen niet.