Risico en portefeuille

Drawdown: hoe diep kan je portefeuille terugvallen?

Een drawdown is de daling vanaf een eerder bereikt hoogtepunt. De maximale drawdown is de diepste van die dalingen binnen een gekozen meetperiode. Het cijfer laat zien hoeveel een belegging onderweg kon terugvallen, ook als het eindrendement positief is. Een historische maximale drawdown is geen bovengrens voor toekomstig verlies.

Rekenen vanaf de piek

De drawdown bereken je als (huidige waarde / hoogste eerdere waarde − 1) × 100%. De uitkomst is nul op een nieuw hoogtepunt en negatief daaronder. Sommige rapporten tonen de omvang als positief verliespercentage. Een drawdown van −30% en een maximale daling van 30% kunnen dus hetzelfde bedoelen; lees de definitie.

Neem een fictieve portefeuille zonder stortingen of opnames. Zij begint op €20.000, stijgt naar €25.000 en daalt daarna naar €17.500. Vanaf de piek is de daling (€17.500 / €25.000 − 1) × 100% = −30%. Ten opzichte van de oorspronkelijke €20.000 is het verlies 12,5%. Beide cijfers kloppen, maar beantwoorden een andere vraag.

Ook wanneer je zelf niet op de piek hebt gekocht, kun je die terugval ervaren. De drawdown beschrijft het pad van de belegging; jouw persoonlijke rendement hangt daarnaast af van je aankopen, verkopen en uitkeringen.

Een nieuwe stijging is nog niet altijd herstel

Stijgt de portefeuille van €17.500 naar €22.500, dan bedraagt de actuele drawdown nog 10% vanaf de oude piek van €25.000. De maximale drawdown in de hele meetperiode blijft 30%. Pas wanneer de oude piek is bereikt, is die terugval volledig hersteld. Een nieuw hoogtepunt wordt daarna het nieuwe referentiepunt.

Moment Waarde Drawdown vanaf hoogste waarde tot dan
Start €20.000 0%
Nieuwe piek €25.000 0%
Diepste dal €17.500 −30%
Gedeeltelijk herstel €22.500 −10%
Nieuwe piek €26.000 0%

De volgorde is essentieel. Een lage waarde die vóór een hoogtepunt voorkwam, mag je niet achteraf gebruiken als bodem ná dat hoogtepunt. Je zoekt steeds de grootste daling van een eerdere piek naar een latere waarde. Alleen de hoogste en laagste waarde uit een bestand pakken kan een verkeerde uitkomst geven.

Hoeveel stijging is nodig om terug te komen?

Na een verlies bereken je herstel op een kleinere basis. De benodigde stijging is verliesfractie / (1 − verliesfractie). Na 30% verlies is dat 0,30 / 0,70 = ongeveer 42,9%. Daarmee groeit €17.500 weer naar €25.000. Een stijging van 30% zou slechts €22.750 opleveren.

Daling Stijging nodig voor volledig herstel
10% 11,1%
20% 25%
30% 42,9%
50% 100%
75% 300%

Deze rekensom geeft geen hersteltermijn en zegt niet dat herstel zal plaatsvinden. Een breed marktmandje kan herstellen, maar een individuele onderneming kan ook blijvend waarde verliezen of failliet gaan. Zelfs een uiteindelijk herstelde koers kan na kosten en inflatie nog onvoldoende koopkracht vertegenwoordigen.

Diepte én duur bepalen de ervaring

Twee beleggingen met een maximale drawdown van 25% kunnen sterk verschillen. De ene komt na enkele maanden weer boven de oude piek; de andere blijft jaren daaronder. Vraag daarom ook naar de tijd van piek tot dal, de hersteltijd vanaf het dal en de totale tijd onder het vorige hoogtepunt.

Een kalenderjaar met een positief rendement kan ondertussen een forse drawdown hebben gehad. Stijgt een belegging eerst, zakt zij diep weg en eindigt zij toch boven de beginwaarde, dan is het jaarcijfer positief. Wie tijdens de daling moest verkopen, heeft weinig aan dat latere eindpunt.

Bij periodieke opnames wordt de volgorde van rendementen extra belangrijk. Na een sterke daling zijn voor dezelfde euro-opname meer participaties nodig. Die verkochte participaties doen niet meer mee aan eventueel herstel. Drawdown is daarom praktisch relevant voor wie van een portefeuille leeft, niet alleen voor wie een koersgrafiek vergelijkt.

Stortingen en dividend kunnen het beeld vertekenen

Een nieuwe storting is geen beleggingsrendement. Als een portefeuille van €10.000 naar €8.000 daalt en je vervolgens €3.000 bijstort, staat er €11.000 op de rekening. De rekeningwaarde heeft een nieuw hoogtepunt, maar de belegging heeft de daling niet goedgemaakt. Voor een zuivere prestatiemeting gebruik je een rendementreeks die externe stortingen en opnames verwerkt, bijvoorbeeld een geïndexeerde tijdgewogen reeks.

Vergelijk ook op dezelfde basis. Een koersgrafiek zonder dividend kan een grotere terugval laten zien dan een total-returnreeks waarin uitkeringen worden herbelegd. Valuta maakt eveneens verschil. Een wereldfonds in euro’s kan een andere maximale drawdown hebben dan hetzelfde fonds uitgedrukt in dollars.

De frequentie van de data telt mee. Maandultimo’s kunnen een scherpe daling en herstel binnen dezelfde maand missen. Een maandelijkse maximale drawdown is daarom niet automatisch gelijk aan een berekening met dagelijkse slotkoersen of intradayprijzen.

Wat je uit een historisch cijfer mag afleiden

Een maximale drawdown beschrijft de gekozen periode. Een fonds dat pas na een crisis is begonnen, heeft die crisis niet in zijn eigen historie. Een langere reeks kan andere uitkomsten geven. Controleer dus de startdatum, einddatum, databron en eventuele gesimuleerde historie voordat je twee cijfers naast elkaar zet.

Gebruik het verleden als concreet stressbeeld: wat zou zo’n daling in euro’s betekenen voor jouw plannen? Reken daarnaast ook met een zwaarder scenario. Een strategie met tot nu toe beperkte verliezen kan verborgen risico’s hebben die nog niet zijn opgetreden. Spreiding en een passende verdeling kunnen de kwetsbaarheid beperken, maar geen vooraf vastgestelde maximale drawdown garanderen.

Volatiliteit vat de spreiding van losse rendementen samen. Drawdown volgt hun opeenvolging. Beide geven nuttige informatie, maar vervangen geen onderzoek naar wat je bezit en wanneer je het geld nodig hebt.

Bronnen en controle

Gecontroleerd op . Rekenvoorbeelden zijn fictief, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Geraadpleegde primaire bronnen:

Voor vergelijking van de uitleg zijn ook gelezen: Mpartners drawdown; FundReport maximum drawdown. Deze vergelijking vervangt de primaire bronnen niet.