Volatiliteit beschrijft hoe sterk rendementen schommelen. Bij een hoge volatiliteit lopen positieve en negatieve bewegingen doorgaans verder uiteen. Het cijfer vertelt niet welke kant de koers opgaat en is ook geen maximaal mogelijk verlies. Om twee beleggingen te vergelijken, moet je dezelfde meetperiode, valuta en berekeningsmethode gebruiken.
Beweeglijkheid gaat over percentages
Een koersbeweging van €1 is groot voor een aandeel van €5 en klein voor een aandeel van €500. Daarom gebruiken gebruikelijke volatiliteitsberekeningen procentuele rendementen. Het gaat vervolgens om de spreiding van die rendementen rond hun gemiddelde. De standaarddeviatie is daarvoor een veelgebruikte statistische maat.
Dat is iets anders dan het verschil tussen de hoogste en laagste koers. Eén grote uitschieter kan de hoogste-laagsteafstand sterk vergroten; de standaarddeviatie betrekt de hele reeks rendementen. Ook een vrijwel onafgebroken stijging kan rendement opleveren zonder dat de dagelijkse procentuele veranderingen sterk van elkaar verschillen.
Hoge volatiliteit omvat opwaartse én neerwaartse verrassingen. Een sterke koerssprong na goede resultaten telt dus mee. Alleen naar de volatiliteit kijken vertelt niet of een belegger rijker of armer is geworden.
Een kleine reeks laat zien wat je meet
Vergelijk twee fictieve beleggingen over vier maanden. Belegging A rendeert achtereenvolgens +1%, −1%, +1% en −1%. Belegging B behaalt +5%, −5%, +5% en −5%. Beide reeksen hebben een rekenkundig gemiddeld maandrendement van 0%, maar B beweegt veel sterker.
| Maatstaf | A | B |
|---|---|---|
| Vier maandrendementen | +1, −1, +1, −1% | +5, −5, +5, −5% |
| Standaarddeviatie van deze volledige reeks | 1% per maand | 5% per maand |
| Eindwaarde vanaf €1.000 | €999,80 | €995,01 |
De standaarddeviatie in deze eenvoudige tabel deelt de som van de gekwadrateerde afwijkingen door vier. Een steekproefberekening deelt hier door drie en komt op andere cijfers uit. Beide methoden laten zien dat B vijf keer zo beweeglijk is. Voor werkelijk beleggingsonderzoek zijn vier maanden uiteraard een zeer beperkte reeks.
Het verschil in eindwaarde ontstaat doordat procentuele winsten en verliezen elkaar niet opheffen. Bij B wordt €1.000 eerst €1.050 en daarna €997,50. De volgende twee bewegingen brengen het bedrag op €995,00625. Dit voorbeeld houdt kosten, dividend en nieuwe stortingen buiten beschouwing. Het laat zien waarom gemiddeld rendement en samengestelde groei verschillende zaken zijn.
Wat betekent 20% volatiliteit per jaar?
Een jaarvolatiliteit van 20% betekent niet dat de belegging ieder jaar precies 20% stijgt of daalt. Het is een maat voor de spreiding van rendementen op jaarbasis, vaak geschat uit kortere waarnemingen. Een factsheet kan bijvoorbeeld dagelijkse of maandelijkse rendementen over de afgelopen drie jaar gebruiken en die omrekenen naar een jaarcijfer.
Bij de gebruikelijke wortelregel wordt dagelijkse standaarddeviatie met de wortel van het aantal veronderstelde handelsdagen vermenigvuldigd. Een dagvolatiliteit van 1% wordt bij 252 handelsdagen ongeveer 15,9% op jaarbasis. De regel veronderstelt onder meer dat de samenhang tussen dagelijkse rendementen voldoende beperkt is. Dat werkt niet onder alle marktomstandigheden even goed.
Soms wordt een normale verdeling gebruikt om bij een volatiliteitscijfer een waarschijnlijkheidsbereik te tekenen. Dat bereik is een modeluitkomst, geen hek om de koers. Financiële markten kennen extreme bewegingen, veranderende volatiliteit en onderlinge afhankelijkheid. Ook buiten zo’n getekende band kunnen verliezen optreden.
Historische en impliciete volatiliteit
Historische volatiliteit wordt uit waargenomen rendementen berekend. Impliciete volatiliteit wordt afgeleid uit optieprijzen: welke beweeglijkheid past, binnen het gebruikte model, bij de prijs die de markt nu voor een optie betaalt? Dat is toekomstgericht, maar geen zuivere voorspelling. Vraag naar bescherming en risicopremies beïnvloeden optieprijzen eveneens.
De VIX is een bekend voorbeeld. Cboe berekent deze index uit opties op de S&P 500 voor een verwachte periode van 30 dagen en drukt de uitkomst uit op jaarbasis. Een VIX van 20 is dus niet de voorspelling dat de S&P 500 komende maand 20% verliest. De maat is bovendien niet hetzelfde als de volatiliteit van jouw afzonderlijke aandeel of Nederlandse portefeuille.
De VIX zelf is een indexcijfer, geen aandeel dat je rechtstreeks kunt kopen. Producten die naar volatiliteit verwijzen kunnen met futures of andere derivaten werken en daardoor heel anders presteren dan de beweging van het getoonde indexniveau. Voor begrip van volatiliteit hoef je zulke producten niet te gebruiken.
Lage volatiliteit sluit grote risico’s niet uit
Een lening kan maanden nauwelijks in prijs veranderen en vervolgens fors dalen als de uitgevende instelling betalingsproblemen krijgt. Een weinig verhandelde belegging kan rustig ogen doordat er zelden een nieuwe transactieprijs beschikbaar is. Een lage gemeten standaarddeviatie geeft dan een onvolledig beeld van het verliesrisico.
Daar komen risico’s bij die het cijfer niet volledig beschrijft: concentratie in één bedrijf, de beschikbaarheid van kopers, valuta, hefboomwerking en de termijn waarop jij het geld nodig hebt. Een grote tussentijdse daling kan voor iemand met een nabije betaalverplichting veel zwaarder wegen dan een gemiddelde statistiek doet vermoeden.
Bèta is ook niet hetzelfde als volatiliteit. Bèta beschrijft de gevoeligheid van rendementen voor een gekozen marktbenchmark. Een aandeel kan veel eigen koersbewegingen hebben die nauwelijks met die benchmark samenhangen. Het vergelijken van beide cijfers zonder definitie kan daardoor misleiden.
Volatiliteitscijfers eerlijk vergelijken
Controleer bij twee fondsen de periode, de waarnemingsfrequentie, de gebruikte valuta en of uitkeringen zijn meegenomen. De eurovolatiliteit van een Amerikaanse belegging kan afwijken van die in dollars, omdat wisselkoersbewegingen meetellen. Een cijfer uit een rustige periode is niet rechtstreeks vergelijkbaar met een cijfer dat een crisis omvat.
Gebruik volatiliteit vervolgens samen met de diepte en duur van eerdere dalingen, de samenstelling van de belegging en de omstandigheden waarin verlies kan optreden. Zo wordt het cijfer een beschrijving van beweeglijkheid, zonder het ten onrechte tot een volledige veiligheidsbeoordeling te maken.
Bronnen en controle
Gecontroleerd op . Rekenvoorbeelden zijn fictief, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Geraadpleegde primaire bronnen:
- CFA Institute Measuring and Managing Market Risk: Openbare introductie en samenvatting gelezen: risico is breder dan één model; historische gegevens en scenario’s hebben beperkingen.
- Cboe Volatility Trading: VIX constructie,30dagen,annualisering,niet-directioneel en niet rechtstreeks verhandelbaar gelezen.
Voor vergelijking van de uitleg zijn ook gelezen: DEGIRO volatiliteit; IG volatiliteit. Deze vergelijking vervangt de primaire bronnen niet.