Renterisico is het risico dat veranderende rente de waarde of opbrengst van je belegging raakt. Vaste obligatiebetalingen worden minder aantrekkelijk als vergelijkbare nieuwe leningen meer opleveren. Bij aandelen werkt rente onder meer via financieringskosten, vraag van klanten en waardering. Hoe sterk het effect is, verschilt per belegging en per soort renteverandering.
Waarom een vaste obligatie in koers kan dalen
Stel dat een fictieve obligatie over precies één jaar €1.000 aflost en op dat moment ook €30 rente betaalt. Bij een vereist jaarrendement van 3% is de huidige waarde €1.030 / 1,03 = €1.000. Stijgt het vereiste rendement naar 5%, dan wordt de waarde €1.030 / 1,05 = ongeveer €980,95.
De beloofde betaling verandert niet. De prijs daalt zodat een nieuwe koper met diezelfde €1.030 een hoger rendement kan behalen. Dit is de basis van de tegengestelde beweging van rente en koers bij gewone vastrentende obligaties. In het voorbeeld zijn wanbetaling, kosten en vervroegde aflossing buiten beschouwing gelaten.
Wie de obligatie op €1.000 kocht en tot aflossing aanhoudt, ontvangt bij volledige nakoming nog steeds €1.030. Dat voorkomt in dit voorbeeld het realiseren van de lagere tussentijdse verkoopprijs. Het neemt de gemiste mogelijkheid om tegen de hogere rente te beleggen niet weg. Ook inflatie kan de koopkracht van de ontvangst aantasten.
Verre betalingen reageren sterker
Voor een betaling ver in de toekomst telt een andere discontovoet meer jaren mee. Een fictieve nulcouponobligatie die over tien jaar €1.000 uitbetaalt, is bij 3% rendement ongeveer €744,09 waard: €1.000 / 1,03¹⁰. Bij 5% wordt dat ongeveer €613,91. Dat is een daling van circa 17,5%, veel sterker dan de 1,9% in het éénjaarsvoorbeeld.
Gewone couponobligaties keren tussendoor al geld uit. Daardoor ligt hun rentegevoeligheid doorgaans lager dan die van een nulcouponobligatie met dezelfde einddatum en vergelijkbare overige kenmerken. Looptijd alleen vertelt dus niet alles. De maatstaf duration verwerkt ook wanneer je de kasstromen ontvangt.
Een aangepaste duration van bijvoorbeeld vijf betekent grofweg 5% koersdaling bij een stijging van het relevante rendement met één procentpunt, onder gelijkblijvende omstandigheden. Het is een benadering; bij grote bewegingen en bijzondere voorwaarden kan de afwijking relevant worden. De precieze rekenwijze staat bij duration.
De ECB-rente is niet de rente van elke belegging
Centrale banken beïnvloeden korte marktrentes. Langere rentes hangen daarnaast af van verwachtingen over toekomstige rente, inflatie en vergoedingen voor risico. Een langlopende obligatierente hoeft daarom niet in dezelfde richting of met dezelfde omvang te bewegen als het laatste rentebesluit.
Bij een bedrijfsobligatie komt bovendien een kredietopslag boven een passende referentierente. Als de risicovrije rente daalt maar beleggers veel bezorgder worden over terugbetaling door het bedrijf, kan het totale vereiste rendement stijgen en de obligatiekoers dalen. Dat is een combinatie van rente- en kredietrisico.
Nieuws kan al in prijzen verwerkt zijn voordat een centrale bank besluit. Een verwachte renteverhoging hoeft op de dag van het besluit geen nieuwe koersdaling te veroorzaken. Een renteverlaging kan juist met onrust samengaan als zij wordt uitgelegd als reactie op ernstige economische problemen.
Aandelen en vastgoed hebben meer kanalen
Hogere rente kan toekomstige winsten in een waarderingsmodel minder waard maken. Daarnaast kan lenen duurder worden voor een onderneming en haar klanten. Een fabrikant van dure producten kan minder vraag krijgen als klanten hun aankoop financieren. Een vastgoedonderneming kan hogere rentelasten krijgen wanneer bestaande leningen aflopen.
Hoe snel dat gebeurt, hangt af van de financiering. Een bedrijf met lang vastgezette rente voelt een verhoging anders dan een bedrijf met veel kortlopende of variabele schuld. Bekijk daarom de vervalkalender, renteafspraken en kaspositie. Het totale schuldbedrag zonder die voorwaarden geeft een onvolledig beeld.
Sommige ondernemingen ontvangen ook meer rente op hun kasmiddelen of kunnen hun opbrengsten aanpassen. Bij banken spelen rente op leningen, vergoeding op deposito’s, kredietverliezen en waardeveranderingen allemaal mee. Een rentestijging is daarom niet voor elke bank of elk aandeel automatisch positief of negatief.
Lagere rente kan ook een risico zijn
Voor iemand die telkens kortlopende beleggingen vernieuwt, kan een rentedaling betekenen dat vrijgekomen geld minder oplevert. Dat heet herbeleggingsrisico. Een hoge coupon die vandaag wordt ontvangen, kan niet vanzelf tegen dezelfde rente worden herbelegd. Hetzelfde geldt wanneer een obligatie vervroegd mag worden afgelost.
Variabelrentende obligaties passen hun coupon volgens een afgesproken referentie en opslag aan. Zij zijn daardoor vaak minder gevoelig voor veranderingen van die referentierente dan vergelijkbare vaste coupons. Toch blijven kredietrisico, liquiditeit, resetmomenten en eventuele grenzen aan de coupon belangrijk.
Een obligatiefonds vernieuwt zijn portefeuille volgens het beleid. Een rentestijging kan de waarde eerst drukken, terwijl latere aankopen een hoger rendement bieden. Hoe dat voor jou uitpakt, hangt af van de aankoopprijs, de ontwikkeling van de rente en de termijn waarop je verkoopt. Het hogere toekomstige inkomen wist een eerdere daling niet direct uit.
Renterisico in je portefeuille herkennen
Kijk bij obligaties naar duration, looptijden, couponvorm en valuta. Lees bij fondsen of de portefeuille doorrolt en welke band van looptijden wordt gevolgd. Kijk bij aandelen en vastgoed naar schulden die binnenkort herfinanciering nodig hebben en naar afhankelijkheid van krediet bij klanten.
Leg die gevoeligheid naast je uitgavenplanning. Een belegging die sterk op rente reageert kan een ander doel dienen dan geld dat op een nabije, vaste datum nodig is. Er bestaat geen keuze die tegelijk elke koersschommeling, herbeleggingsonzekerheid en koopkrachtverandering wegneemt. De relevante vraag is welk risico bij de functie van het geld past.
Bronnen en controle
Gecontroleerd op . Rekenvoorbeelden zijn fictief, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Geraadpleegde primaire bronnen:
- FINRA Duration and Interest Rate Risk: Looptijd, coupon, duration en andere risico’s gelezen; durationformule als benadering behandeld.
- ECB Transmission mechanism: Rente-,verwachtings-,prijs- en kredietkanalen gelezen.
Voor vergelijking van de uitleg zijn ook gelezen: DEGIRO risico’s van beleggen; Saxo risico van beleggen. Deze vergelijking vervangt de primaire bronnen niet.