Risico en portefeuille

Rendement op rendement: zo werkt samengestelde groei

Samengesteld rendement ontstaat wanneer eerder behaald rendement in je belegging blijft en vervolgens zelf meedoet aan verdere waardeveranderingen. Bij een vast positief percentage groeit de grondslag daardoor steeds verder. Bij echte beleggingen wisselen rendementen, kunnen verliezen optreden en bepalen kosten, uitkeringen en inleg mede hoeveel vermogen er uiteindelijk staat.

Van €500 naar €525 rendement

Stel dat €10.000 elk jaar precies 5% oplevert en alle opbrengsten belegd blijven. Na het eerste jaar staat er €10.500. In het tweede jaar wordt 5% over €10.500 berekend: €525. De eindwaarde is dan €11.025. De extra €25 ontstaat doordat ook de eerdere €500 rendement meedoet.

Bij enkelvoudige groei wordt steeds alleen over de oorspronkelijke €10.000 gerekend. Twintig keer €500 toevoegen leidt dan tot €20.000. Bij samengestelde groei is de fictieve eindwaarde na twintig jaar ongeveer €26.532,98. Het verschil komt uit de herhaalde toepassing op een veranderende grondslag, niet uit een apart uitgekeerde bonus.

Jaren €10.000 bij constant 5% Totale groei
1 €10.500 €500
10 €16.288,95 €6.288,95
20 €26.532,98 €16.532,98

De formule zonder tussentijdse inleg of opname is: eindwaarde = beginwaarde × (1 + jaarlijks rendement)^aantal jaren. Een rekenpercentage van 5% is hier uitsluitend een aanname. Het is geen rendement dat aandelen, fondsen of een andere belegging jaarlijks beloven.

Herbeleggen en koersgroei zijn niet hetzelfde

Op een spaarproduct kan bijgeschreven rente later zelf rente opleveren. Bij obligaties moet ontvangen coupon vaak opnieuw worden belegd om die opbrengst te laten doorgroeien. Dat kan tegen een ander rendement dan de oorspronkelijke lening. Bij aandelen kan waardegroei ontstaan doordat bedrijven winst herinvesteren, maar de beurswaarde hangt ook van verwachtingen en waardering af.

Dividend dat wordt uitgekeerd en uitgegeven, blijft niet in de beleggingsgrondslag. Wie het herbelegt, koopt extra stukken of laat de opbrengst binnen een herbeleggend fonds verwerken. Daarbij kunnen kosten en belastinginhoudingen optreden. Dividend is geen gratis rendement boven op een verder ongewijzigde waarde: rond de uitkering wordt waarde van de onderneming naar aandeelhouders overgedragen.

Vergelijk daarom totaalrendementen met dezelfde behandeling van uitkeringen. Een koersgrafiek zonder dividend vergelijken met een herbeleggingsberekening geeft geen zuiver beeld. Een accumulerend fonds maakt herbelegging praktisch, maar garandeert daardoor nog geen positief rendement.

Gemiddelde percentages kunnen misleiden

Bij wisselende jaarlijkse rendementen vermenigvuldig je de groeifactoren: beginwaarde × (1 + r1) × (1 + r2), enzovoort. Na +20% en vervolgens −20% wordt €10.000 eerst €12.000 en daarna €9.600. Het rekenkundige gemiddelde van de percentages is nul, terwijl je 4% van het beginvermogen kwijt bent.

Het samengestelde jaarlijkse rendement, vaak CAGR genoemd, is het constante jaarpercentage dat dezelfde begin- en eindwaarde oplevert. Voor dit voorbeeld is dat (9.600 / 10.000)^(1/2) − 1, ongeveer −2,02% per jaar. Dat beschrijft het eindresultaat, maar niet hoe grillig de weg ernaartoe was.

Een groot verlies vereist een grotere procentuele winst om terug te keren. Na 50% verlies moet de resterende helft verdubbelen, dus 100% stijgen. Ook negatieve resultaten werken via de grondslag door. De term rendement op rendement mag daarom niet de indruk wekken dat tijd iedere belegging vanzelf laat herstellen.

Wat nieuwe inleg met de uitkomst doet

Wanneer je tussentijds geld toevoegt, heeft niet iedere euro even lang kunnen groeien. Fictief ieder jaar aan het einde €1.000 inleggen bij constant 5% geeft na tien jaar ongeveer €12.577,89, waarvan €10.000 eigen inleg is. De laatste storting heeft op dat meetmoment nog geen jaar rendement gehad.

Dezelfde tien stortingen aan het begin van ieder jaar geven ongeveer €13.206,79. Elke storting krijgt dan één extra jaar groei. Dit verschil ontstaat door timing binnen het model, zonder dat je méér geld hebt ingelegd. Bij maandelijkse stortingen moet de berekening ook de juiste maandmomenten en bijbehorende rente- of rendementseenheid gebruiken.

Een hogere rekeningwaarde is dus niet automatisch een hoger beleggingsrendement. Zij kan eenvoudig door extra inleg komen. Bij wisselende inleg en opnamen vertellen een fondspercentage en jouw persoonlijke resultaat verschillende dingen. Een berekening die kasstromen negeert kan de prestatie verkeerd voorstellen.

Kosten en inflatie groeien mee in het verschil

Veronderstel twee fictieve netto groeipercentages: 5% en 4% per jaar. Na twintig jaar wordt €10.000 respectievelijk €26.532,98 en €21.911,23. Het verschil is ongeveer €4.621,75. Een jaarlijks verschil van één procentpunt werkt dus ook door op de latere grondslag. Dit is een modelvergelijking, geen exacte nabootsing van hoe ieder fonds zijn kosten afrekent.

Koopkracht vraagt nog een tweede correctie. Bij 5% nominale groei en 2% inflatie is de reële jaarlijkse groei 1,05 / 1,02 − 1, ongeveer 2,94%. Simpelweg 5 min 2 is een benadering. Een toekomstig eurobedrag kan groter zijn terwijl het minder koopkracht toevoegt dan de nominale grafiek suggereert.

Belastingen, transactiekosten en eventuele niet-herbelegde uitkeringen kunnen het bedrag verder veranderen. Wie meerdere scenario’s rekent, maakt daarom duidelijk of percentages bruto of netto zijn en of bedragen in toekomstige euro’s of in huidige koopkracht worden weergegeven.

Een groeicurve is een hulpmiddel, geen verwachting op zichzelf

Een constante groeicurve maakt het mechanisme zichtbaar, maar verbergt verliesjaren en onzekerheid. Gebruik verschillende aannames en vermeld welke kasstromen zijn verwerkt. De uitkomst van een rekenmachine is precies voor de ingevoerde aannames, niet noodzakelijk realistisch voor een toekomstige markt.

Zonder tussentijdse kasstromen geeft dezelfde reeks rendementen in een andere volgorde dezelfde eindwaarde. Met inleg of opnamen kan de volgorde juist veel uitmaken: grote dalingen raken dan een ander bedrag. Vooral wanneer je geld gaat opnemen verdient dat aandacht naast het gemiddelde rendement.

Bronnen en controle

Gecontroleerd op . Rekenvoorbeelden zijn fictief, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Geraadpleegde primaire bronnen:

Voor vergelijking van de uitleg zijn ook gelezen: Nationale-Nederlanden Vroeg beginnen met beleggen; Elfin Samengesteld rendement, wat is dat?. Deze vergelijking vervangt de primaire bronnen niet.