Risico en portefeuille

Wanneer breng je je portefeuille weer in balans?

Herbalanceren is je portefeuille terugbrengen naar een eerder gekozen verdeling. Dat kan op vaste controlemomenten of wanneer een gewicht te ver afwijkt. Het doel is het afgesproken risico behouden. Je hoeft daarvoor niet altijd te verkopen: nieuwe inleg, dividend en geplande opnames kunnen de verdeling ook herstellen.

Waarom de verdeling vanzelf verschuift

Stel dat je fictieve portefeuille begint met €14.000 aandelen en €6.000 obligaties: een verdeling van 70% en 30%. Een jaar later zijn de aandelen €18.000 waard en de obligaties €6.000. Het totaal is €24.000 en het aandelengewicht bedraagt nu 75%. Zonder iets te kopen heb je dus relatief meer aandelenrisico gekregen.

Wil je bij dat nieuwe totaal terug naar 70/30, dan horen €16.800 aandelen en €7.200 obligaties bij het doel. Je zou vóór kosten €1.200 van aandelen naar obligaties verplaatsen. De verhouding 70/30 is hier alleen een rekenvoorbeeld. Of die bij iemand past, volgt uit het doel, de horizon en hoeveel verlies die persoon kan en wil dragen.

Herbalanceren werkt ook de andere kant op. Als aandelen sterk dalen en onder hun doelgewicht komen, kan herstellen betekenen dat je aandelen bijkoopt. Dat is geen voorspelling van snel herstel. Je voert de gekozen verdeling uit zolang die nog passend is.

Kies vooraf wanneer je controleert

Bij een kalendermethode bekijk je de portefeuille op vaste momenten, bijvoorbeeld één keer per jaar. Een drempelmethode gebruikt een vooraf gekozen band. Je kunt beide combineren: op vaste momenten controleren en alleen handelen als een grens is overschreden. Zo zijn controleren en daadwerkelijk transacties uitvoeren afzonderlijke beslissingen.

Maak de eenheid van de band duidelijk. Een doelgewicht van 70% met een band van vijf procentpunt betekent grenzen van 65% en 75%. Een relatieve afwijking van 5% van het doelgewicht is iets anders: 70% × 5% = 3,5 procentpunt. Die band loopt van 66,5% tot 73,5%. Verwar procenten dus niet met procentpunten.

Er bestaat geen universeel optimale frequentie. Ze hangt onder meer af van kosten, liquiditeit, omvang van de portefeuille en hoeveel afwijking je bewust accepteert. Zeer vaak bijsturen kan veel kleine transacties opleveren. Alleen zelden kijken kan ertoe leiden dat de verdeling lang sterk afwijkt. Een eenvoudige regel die je uitvoert is bruikbaarder dan een ingewikkelde regel die je telkens verandert.

Met nieuwe inleg herstellen

In het voorbeeld staan €18.000 aandelen tegenover €6.000 obligaties. Als je alleen nieuw geld in obligaties stopt, moet je ook rekening houden met het stijgende totaal. Om het aandelengewicht precies op 70% te krijgen, los je op: €18.000 / (€24.000 + nieuwe inleg) = 70%. Dat vraagt ongeveer €1.714,29 extra inleg in obligaties.

Dat bedrag is hoger dan de €1.200 die je bij een interne verschuiving nodig had. Bij verkoop en aankoop blijft het totaal gelijk; bij nieuwe inleg groeit de portefeuille. Wie simpelweg het bestaande tekort van €1.200 bijstort, komt op €18.000 / €25.200 = ongeveer 71,4% aandelen, dus dichter bij het doel maar nog niet precies erop.

Je hoeft niet altijd exact op een streefpercentage uit te komen. Als €1.200 je geplande inleg is en de resterende afwijking binnen je band valt, kan die gedeeltelijke correctie passen bij je vooraf gekozen beleid. De berekening is bedoeld om zichtbaar te maken wat er gebeurt, niet om extra geld vrij te maken dat je elders nodig hebt.

Dividend en opnames kunnen ook helpen

Ontvangen dividend of rente kun je, als de productstructuur dat toelaat, toewijzen aan de categorie die onder haar doelgewicht zit. Bij een geplande opname kun je juist relatief meer uit de overwogen categorie halen. Dat kan verkoop- en aankooptransacties beperken.

Bij accumulerende fondsen wordt inkomen binnen het fonds herbelegd. Dat geld staat niet als vrij bedrag klaar om naar een andere categorie te sturen. Ook een automatische maandinleg met vaste percentages herstelt bestaande scheefgroei niet noodzakelijk snel: als de portefeuille groot is ten opzichte van de inleg, verandert een kleine nieuwe aankoop weinig.

Bekijk de hele portefeuille waarop je beleid betrekking heeft. Alleen één rekening herstellen kan misleidend zijn als elders grote posities staan die je bewust bij dezelfde verdeling meetelt. Bepaal vooraf welke bezittingen en welke cash bij dit beleggingsdoel horen. Een noodbuffer die voor onverwachte uitgaven bedoeld is, hoeft niet automatisch in dezelfde herbalanceringsregel te vallen.

Kosten en rendementsverwachtingen

Bij een correctie kunnen transactiekosten, bied-laatspreads en valutawisselkosten ontstaan. Belastingen hangen af van land, rekening en persoonlijke situatie; een Amerikaanse uitleg over winstbelasting bij verkoop kun je niet zonder meer op een Nederlandse rekening toepassen. Vergelijk de werkelijke kosten met de grootte van de afwijking.

Herbalanceren garandeert geen hoger rendement. Als aandelen lange tijd blijven stijgen, kan periodiek een deel afbouwen minder opleveren dan alles laten staan. Als categorieën afwisselend voor- en achterlopen, kan het anders uitpakken. Het doel blijft dat het risico niet ongemerkt van het gekozen beleid wegdrijft.

Bij losse aandelen betekent een dalende koers bovendien niet automatisch dat de oude weging hersteld moet worden. De onderneming kan fundamenteel zijn verslechterd. Een regel voor brede categorieën is niet hetzelfde als een verplichting om ieder individueel verliezend aandeel steeds bij te kopen.

Eerst beoordelen of het doel nog klopt

Een aanstaande woningkoop, veranderd inkomen of naderende opnameperiode kan reden zijn om de gewenste verdeling zelf opnieuw te beoordelen. Dat is een beleidswijziging. Teruggaan naar een oude mix die niet meer past, is dan geen verstandig onderhoud. Leg vast waarom de nieuwe verdeling beter bij het doel aansluit.

Bij automatische diensten geldt dezelfde vraag: naar welke mix wordt teruggestuurd, hoe groot mag de afwijking worden en welke kosten ontstaan? De automatisering neemt uitvoering over, maar bepaalt niet vanzelf of de uitgangspunten bij jouw omstandigheden passen. Noteer daarom doelgewichten, controlemoment, bandbreedtes en hoe je inleg of opnames gebruikt. Dan kun je later herkennen of een transactie onderhoud is of een nieuwe beleggingskeuze.

Bronnen en controle

Gecontroleerd op . Rekenvoorbeelden zijn fictief, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Geraadpleegde primaire bronnen:

Voor vergelijking van de uitleg zijn ook gelezen: DFB herbalanceren; Strategisch Beleggen herbalanceren. Deze vergelijking vervangt de primaire bronnen niet.