Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs. De uitgever, bijvoorbeeld een bedrijf of overheid, moet volgens de leningvoorwaarden rente betalen en de lening aflossen. Jij bent schuldeiser, geen mede-eigenaar. De afgesproken betalingen zijn niet hetzelfde als gegarandeerde betalingen: bij financiële problemen kun je geld verliezen.
Van een lening naar een verhandelbaar effect
Bij uitgifte haalt een organisatie geld op bij beleggers. In plaats van één bank als geldgever kan zij een lening verdelen in stukken die verschillende beleggers kopen. De voorwaarden leggen onder meer de nominale waarde, eventuele coupon, betaaldata en aflossing vast. De obligatie krijgt een eigen identificatie, meestal een ISIN-code.
Koop je een bestaande obligatie van een andere belegger, dan gaat jouw koopprijs naar die verkoper. De uitgever ontvangt bij die transactie geen nieuwe financiering. Jij neemt wel de aanspraak op de resterende betalingen over. Daardoor kun je schuldeiser worden zonder bij de oorspronkelijke uitgifte aanwezig te zijn.
Een onderneming kan veel verschillende obligaties uit hebben staan. De bedrijfsnaam alleen is daarom onvoldoende om het product te herkennen. Looptijd, valuta, rangorde en aflossingsrechten kunnen per lening verschillen. Zoek de voorwaarden van precies de obligatie die je bekijkt.
Nominale waarde, coupon en prijs uit elkaar houden
Neem een fictieve obligatie met €1.000 nominale waarde, een vaste coupon van 4% per jaar en nog drie jaar looptijd. Volgens de afspraken ontvangt de houder jaarlijks €40 en bij de laatste betaling ook de €1.000 hoofdsom. Dat schema veronderstelt dat de uitgever alles nakomt en niet eerder mag aflossen.
De beursprijs hoeft geen €1.000 te zijn. Bij een koers van 96% betaal je voor €1.000 nominaal in beginsel €960, exclusief opgelopen rente en kosten. De jaarlijkse coupon blijft €40. Bij een koers van 104% is de prijs €1.040, terwijl dezelfde coupon geldt. De coupon wordt dus niet automatisch hoger doordat jij meer betaalt.
| Begrip | In dit voorbeeld | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Nominale waarde | €1.000 | Grondslag coupon en afgesproken aflossing |
| Coupon | 4% = €40 per jaar | Contractuele rentevergoeding |
| Koers | 96% | €960 per €1.000 nominaal, vóór aanvullingen |
| Resterende looptijd | 3 jaar | Tijd tot geplande eindaflossing |
Een coupon van 4% is niet automatisch jouw jaarlijkse rendement. Daarvoor tellen ook de aankoopprijs, aflossing, timing, kosten en eventuele herbelegging mee. Het verschil wordt verder uitgewerkt bij het rendement van een obligatie.
Waarom je soms meer betaalt dan de getoonde koers
Veel obligaties worden genoteerd zonder de sinds de vorige couponbetaling opgebouwde rente. Die notering heet de clean price. Bij afrekening betaal je gewoonlijk ook de opgelopen rente aan de verkoper. Samen vormen ze de dirty price, nog vóór eventuele transactiekosten.
Stel dat de jaarlijkse coupon €40 bedraagt en volgens de gebruikte dagentelling precies een half couponjaar is verstreken. Dan is ongeveer €20 rente opgebouwd. Bij een clean price van €960 betaal je dan €980, plus kosten. Bij de volgende volledige couponbetaling ontvang jij als houder €40; een deel daarvan heb je economisch al aan de verkoper vergoed.
De werkelijke dagentelling en afwikkeldatum staan in de voorwaarden en orderafrekening. Niet iedere lening gebruikt dezelfde berekeningsconventie. Controleer daarom het totale afrekenbedrag, het nominale orderbedrag en de minimale handelsgrootte voordat je een prijs vergelijkt.
Niet elke obligatie betaalt een vaste coupon
Bij een variabele coupon verandert de vergoeding volgens een afgesproken referentie en opslag. Een nulcouponobligatie betaalt tussentijds geen coupon; de uitkomst volgt uit het verschil tussen koopprijs en aflossing. Een inflatiegekoppelde lening past bepaalde betalingen aan volgens een prijsindex en specifieke voorwaarden.
Sommige obligaties mogen door de uitgever vervroegd worden afgelost. Andere hebben geen vaste einddatum, zijn achtergesteld of kunnen onder voorwaarden in aandelen worden omgezet. Zulke kenmerken veranderen zowel de verwachte kasstromen als de risico’s. Het woord obligatie is dus geen belofte van een eenvoudig, vast betaalpatroon.
Ook een hoge coupon is geen kwaliteitskeurmerk. Zij kan samenhangen met een hoger risico, een oude uitgifte in een ander renteklimaat of bijzondere voorwaarden. De actuele prijs en het gevraagde rendement vertellen meer dan het couponpercentage op zichzelf.
Vasthouden en verkopen hebben verschillende onzekerheden
Bij verkoop vóór de einddatum ontvang je de prijs die een koper wil betalen. Als vergelijkbare leningen inmiddels meer rendement bieden, kan de prijs van jouw vaste betalingen dalen. Ook verslechterde kredietwaardigheid en slechte verhandelbaarheid kunnen de koers drukken.
Aanhouden tot de einddatum voorkomt niet dat de uitgever in gebreke kan blijven. Het neemt evenmin inflatie- of valutarisico weg. Bij correcte betaling krijg je de afgesproken aflossing, niet noodzakelijk jouw aankoopprijs. Wie €1.040 betaalde voor een lening die tegen €1.000 wordt afgelost, krijgt die extra €40 niet via de hoofdsom terug.
Als een bedrijf failliet gaat, staan gewone aandeelhouders doorgaans achter schuldeisers. Binnen de schuldeisers bestaan echter verschillende rechten en zekerheden. Een hogere positie in die rangorde garandeert geen volledige terugbetaling als er onvoldoende vermogen beschikbaar is.
Een losse lening of een mandje
Een obligatiefonds of ETF belegt in meerdere leningen en kan daarmee spreiding bieden. Je bezit dan participaties in het fonds, niet één lening met jouw eigen nominale eindbetaling. De fondswaarde en uitkeringen hangen af van de portefeuille, kosten en het beleid.
Veel obligatiefondsen blijven aflopende leningen vervangen. Daarnaast bestaan fondsen met een beoogd eindjaar. Controleer dus zowel de eigenschappen van de onderliggende leningen als de structuur van het fonds. Een herkenbare obligatienaam of een breed mandje vervangt het lezen van de betalingsvoorwaarden niet.
Bronnen en controle
Gecontroleerd op . Rekenvoorbeelden zijn fictief, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Geraadpleegde primaire bronnen:
- FINRA Bonds: Contracten, coupon, aflossing, obligatiesoorten en risico’s gelezen.
- FINRA Bond Investing and Due Diligence: Voorwaarden, wanbetaling, rangorde en verhandelbaarheid gelezen.
- Agentschap Nederlandse Staat Staatsleningen kopen: Koers, opgelopen rente, nulcoupon, nominale aflossing en aankooproute gelezen.
Voor vergelijking van de uitleg zijn ook gelezen: DEGIRO Obligaties kopen; Saxo Obligaties toevoegen aan de portefeuille. Deze vergelijking vervangt de primaire bronnen niet.