Obligaties en rente

Wat verdien je werkelijk aan een obligatie?

Het rendement van een obligatie bestaat uit de ontvangen betalingen én het verschil tussen aankoopprijs en verkoop- of aflossingswaarde. De coupon alleen vertelt dus niet wat je verdient. Voor vergelijking vooraf wordt vaak yield to maturity gebruikt; voor je werkelijke resultaat tellen ook kosten, betaalmomenten, herbelegging, valuta en eventuele wanbetaling mee.

Drie percentages die iets anders meten

De couponrente wordt doorgaans berekend over de nominale waarde. De current yield deelt de jaarlijkse coupon door de actuele prijs. De yield to maturity, of het rendement tot aflossing, rekent daarnaast het verschil tussen prijs en aflossing en de timing van alle resterende betalingen mee.

Neem een fictieve lening met €1.000 nominale waarde, €40 jaarlijkse coupon en een prijs van €950. De couponrente is 4%. De current yield is €40 / €950, ongeveer 4,21%. Geen van beide percentages verwerkt volledig dat bij correcte eindaflossing nog €50 meer wordt ontvangen dan de aankoopprijs.

Maatstaf Wat telt mee? Wat ontbreekt of wordt aangenomen?
Couponrente Jaarcoupon / nominale waarde Jouw koopprijs en koersresultaat
Current yield Jaarcoupon / actuele prijs Aflossingsverschil en volledige timing
Yield to maturity Prijs en alle geplande resterende kasstromen Betaling volgens contract; geen garantie op werkelijk eindvermogen

Een hoge coupon kan dus samengaan met een laag effectief rendement wanneer de prijs ruim boven de nominale waarde ligt. Omgekeerd kan een nulcouponobligatie een positief rendement bieden als de aflossing hoger is dan de aankoopprijs.

Een jaar resterend maakt de berekening zichtbaar

Stel dat je precies één jaar vóór de laatste betaling €950 betaalt. Er is geen opgelopen rente en er volgt alleen nog €40 coupon plus €1.000 aflossing. Als die betaling volledig plaatsvindt, ontvang je €1.040. Het rendement vóór kosten en belastingen is (€1.040 − €950) / €950, ongeveer 9,47%.

Betaal je voor exact dezelfde kasstroom €1.020, dan is het rendement €20 / €1.020, ongeveer 1,96%. De coupon blijft in beide gevallen 4%. Dit grote verschil laat zien waarom prijzen onmisbaar zijn bij een obligatievergelijking.

Bij meerjarige leningen zijn de betalingen over meerdere data verdeeld. Je kunt de totale coupons en het aflossingsverschil niet zomaar door de koopprijs en het aantal jaren delen om een exact samengesteld jaarpercentage te krijgen. Daarvoor is een kasstroomberekening nodig.

Wat yield to maturity precies oplost

De yield to maturity is de disconteringsvoet waarbij de contante waarde van de geplande coupons en aflossing gelijk wordt aan de prijs. Bij een fictieve tweejarige lening die nu €980 kost en jaarlijks €30 betaalt, is de vergelijking: €980 = €30 / (1 + y) + €1.030 / (1 + y)^2. De oplossing is ongeveer 4,06% per jaar.

Dat is een intern rendement van het geplande kasstroomschema. Het veronderstelt voor die berekening dat de contractuele betalingen plaatsvinden. Wil je daarnaast een eindvermogen bereiken dat overeenkomt met jaarlijkse samengestelde groei tegen diezelfde 4,06%, dan moet de tussentijdse coupon ook tegen dat rendement worden herbelegd. In de praktijk kan de beschikbare herbeleggingsrente anders zijn.

De feitelijke marktconventie kan halfjaarlijkse coupons, andere dagentelling of een andere jaarbasis gebruiken. Een getoond jaarrendement is daardoor niet altijd rechtstreeks gelijk aan de effectieve jaarlijkse groeifactor. Vergelijk cijfers die met dezelfde conventie zijn berekend en controleer of opgelopen rente en kosten correct zijn behandeld.

Bij vervroegde aflossing is de einddatum niet het enige scenario

Een callable obligatie kan onder voorwaarden eerder door de uitgever worden afgelost. Yield to call berekent dan het rendement naar een mogelijke aflosdatum en de daarbij behorende prijs. Yield to worst gebruikt het laagste van de relevante contractuele rendementsscenario’s, doorgaans aflossing op de einddatum en mogelijke calls.

Worst betekent hier niet het grootste verlies dat je kunt lijden. Wanbetaling, een ongunstige tussentijdse verkoopprijs en andere risico’s kunnen een veel slechter resultaat veroorzaken. Het is een vergelijkingsmaatstaf binnen de gebruikte betalingsscenario’s, geen ondergrens voor jouw vermogen.

Wie een lening boven pari koopt, kan bij vroege aflossing minder tijd hebben om die meerprijs met coupons terug te verdienen. Bekijk daarom de callvoorwaarden voordat je uitsluitend op de hoogste getoonde yield afgaat. Bij bijzondere of hybride leningen kunnen extra bepalingen de kasstromen nog verder beïnvloeden.

Het rendement dat werkelijk op jouw rekening ontstaat

Bij verkoop vóór aflossing vervang je de geplande eindbetaling door de werkelijke verkoopopbrengst. Fictief koop je voor €1.000, ontvang je €30 coupon en verkoop je na precies een jaar voor €940. Je resultaat vóór kosten is dan −€30, oftewel −3%, ondanks de ontvangen coupon.

Voor een eerlijke berekening horen aankoopkosten bij het geïnvesteerde bedrag en verkoopkosten bij de uiteindelijke netto-opbrengst. Bij het éénjaarsvoorbeeld met €950 aankoop en €1.040 ontvangst verlaagt €5 aankoopkosten het rendement naar €85 / €955, ongeveer 8,90%. Belastingen en eventuele valutaconversie kunnen het verder veranderen.

Opgelopen rente is geen extra couponwinst. Als je de verkoper een deel van de aanstaande coupon vergoedt, moet die betaling in jouw initiële kasstroom staan. Bij vreemde valuta reken je iedere relevante betaling om naar de munt waarin je jouw resultaat beoordeelt; één gunstig dollarpercentage vertelt het euroresultaat niet.

Bij een obligatiefonds is yield geen aflossingsbelofte

Een fonds toont soms gemiddelde yield to maturity, uitkeringsrendement en historisch totaalrendement naast elkaar. Die cijfers meten verschillende dingen. Een uitkeringsrendement kijkt naar uitbetalingen ten opzichte van een prijs; het vertelt niet hoeveel de fondswaarde in dezelfde periode veranderde.

Een doorlopend fonds koopt en verkoopt leningen, betaalt kosten en heeft geen vaste aflossing van jouw inleg. Ook bij een fonds met eindjaar kunnen kredietverliezen, cash in de eindfase en kosten de uitkomst veranderen. Gebruik de yield daarom als informatie over de portefeuille onder bepaalde aannames, naast de structuur en risico’s.

Wie vraagt wat een obligatie werkelijk verdient, heeft uiteindelijk een kasstroomschema nodig: wat betaal je nu, wat ontvang je wanneer en welke onzekerheden kunnen dat veranderen? Pas dan krijgen de percentages een betekenis die verder gaat dan de coupon in de naam.

Bronnen en controle

Gecontroleerd op . Rekenvoorbeelden zijn fictief, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Geraadpleegde primaire bronnen:

Voor vergelijking van de uitleg zijn ook gelezen: LYNX Beleggen in obligaties; Saxo Obligaties toevoegen aan de portefeuille. Deze vergelijking vervangt de primaire bronnen niet.