Nederlandse bedrijfsdossiers

ASM International-aandeel: dunne lagen, chipinvesteringen en marges

ASM International verdient aan apparatuur en processen waarmee chipfabrikanten uiterst dunne materiaallagen aanbrengen. Voor het aandeel tellen niet alleen méér chips, maar ook méér en moeilijkere processtappen per chipgeneratie.

ASM International en ASML doen verschillend werk

ASM International wordt vaak afgekort tot ASM of ASMI. Het bedrijf levert apparatuur voor de verwerking van wafers: de schijven waarop chips worden gemaakt. Een belangrijk specialisme is depositie, het aanbrengen van materiaallagen. ASML levert vooral lithografiesystemen waarmee patronen worden geprojecteerd. Het gaat om verschillende stappen in dezelfde productieketen.

Dat onderscheid verklaart waarom beide aandelen niet automatisch dezelfde ontwikkeling volgen. Meer lithografie-uitgaven betekenen niet dat iedere andere stap in dezelfde verhouding groeit. Een nieuw chipontwerp kan juist extra depositie vragen, of een andere materiaalkeuze nodig maken. Je beoordeelt ASM daarom op zijn eigen toepassingen en klantbeslissingen.

Ook ASMPT is niet simpelweg een andere naam voor ASM International. ASM rapporteerde in de tweede kwartaalcijfers van 2026 een belang van 24,56% in ASMPT. Het resultaat uit die deelneming staat afzonderlijk in de rekening. Tel de volledige omzet van ASMPT dus niet bij de eigen omzet van ASM op.

Wat maken ALD en epitaxie mogelijk?

Bij atomic layer deposition, of ALD, wordt een oppervlak via opeenvolgende gecontroleerde reacties met zeer dunne lagen bedekt. Herhaling van de cycli maakt nauwkeurige laagopbouw mogelijk. Vooral wanneer een structuur ingewikkelde vormen heeft, is een gelijkmatige laag op de verschillende oppervlakken belangrijk. Het gaat dus niet alleen om de kleinste laagdikte, maar om reproduceerbare eigenschappen.

Epitaxie draait om kristallijne materiaalgroei. Daarmee kunnen eigenschappen van bepaalde transistorregio’s worden beïnvloed. Selectieve epitaxie brengt materiaal op gekozen delen van de wafer aan. ALD en epitaxie hebben ieder hun eigen procesdoel; ze zijn geen twee uitwisselbare merknamen voor dezelfde machine.

Voor een belegger is het praktische gevolg belangrijker dan alle chemische details. Als een chipontwerp nieuwe materialen of complexere driedimensionale vormen nodig heeft, kan de benodigde productieapparatuur veranderen. Een leverancier verdient daar pas aan wanneer zijn proces bij de klant werkt, wordt gekozen en op productieschaal wordt ingezet.

Twee verschillende groeibronnen

De eerste groeibron is extra productiecapaciteit. Een chipfabrikant die meer wafers wil verwerken, heeft bij gelijkblijvende techniek meer capaciteit nodig. De tweede is een grotere hoeveelheid relevante apparatuur per productie-eenheid, doordat er meer processtappen of moeilijkere lagen nodig zijn.

Stel dat een fictieve fabriek 100 eenheden capaciteit heeft en per eenheid €2 miljoen aan een bepaald type apparatuur nodig heeft. De adresseerbare investering is dan €200 miljoen. Groeit de capaciteit 10% en de apparatuurbehoefte per eenheid 20%, dan wordt dit 110 maal €2,4 miljoen: €264 miljoen, of 32% meer. Dat is een rekenvoorbeeld van twee elkaar versterkende factoren, geen voorspelling voor ASM.

Er is nog een derde factor: welk deel van de mogelijke investering de leverancier wint. Als het marktaandeel in het voorbeeld daalt van 50% naar 40%, stijgt de potentiële eigen omzet slechts van €100 miljoen naar €105,6 miljoen. Een snelgroeiende markt is dus geen garantie voor even snelle groei bij één bedrijf.

Technische selectie is belangrijker dan een productaankondiging

Een nieuwe machine moet in het volledige productieproces van de klant passen. Laagkwaliteit, verontreiniging, snelheid, onderhoud en de opbrengst aan bruikbare chips spelen mee. Apparatuur die in een laboratorium een indrukwekkend resultaat levert, is nog niet automatisch geschikt voor grote aantallen wafers.

Het ontwikkeltraject kan daarom lang duren. Een testinstallatie bij een klant, selectie voor een toepassing, een productieorder en omzetverantwoording zijn verschillende gebeurtenissen. Wie die stappen als hetzelfde behandelt, loopt vooruit op opbrengsten die nog niet vaststaan.

Een bestaande positie kan helpen doordat leverancier en klant het proces samen kennen. Maar een volgende generatie creëert ook nieuwe concurrentiemomenten. De vraag is niet alleen of ASM ooit een sterke toepassing heeft gewonnen, maar of het bedrijf bij nieuwe materialen en architecturen voldoende relevante toepassingen blijft winnen.

De financiële basis: tweede kwartaal 2026

ASM rapporteerde op 28 juli 2026 voor het tweede kwartaal €1.003,1 miljoen omzet, een brutomarge van 51,9% en een gerapporteerde operationele marge van 32,2%. De aangepaste operationele marge was 33,0%. De cijfers zijn niet gecontroleerd. De gerapporteerde omzetgroei bedroeg 20% op jaarbasis, tegenover 24% bij constante valuta.

Gebruik bruto- en operationele marge niet door elkaar. Na de directe kostprijs moeten onder meer onderzoek, verkoop en organisatie worden betaald. Een aantrekkelijke brutomarge biedt daarvoor ruimte, maar zegt niet hoeveel uiteindelijk voor aandeelhouders overblijft.

Maak bij een vergelijking ook een vaste keuze tussen gerapporteerd en aangepast. Aangepaste resultaten kunnen helpen om bijzondere posten apart te bekijken. Ze vervangen de jaarrekening niet. Lees telkens wat is verwijderd en of zulke kosten werkelijk uitzonderlijk zijn.

Apparatuur en dienstverlening hebben een ander ritme

ASM verkoopt machines en levert onderdelen en diensten voor geïnstalleerde systemen. Een machineverkoop hangt sterk samen met investeringsprojecten. Bij een bestaand park spelen gebruik, onderhoud, vervanging en verbeteringen een grotere rol. Daardoor kunnen de inkomsten uit diensten een ander verloop hebben dan de verkoop van nieuwe apparatuur.

Toch is service geen volledig ongevoelige inkomstenbron. Als klanten fabrieken minder intensief gebruiken, kan ook de vraag naar verbruiks- en vervangingsonderdelen veranderen. En als de geïnstalleerde basis minder snel groeit, raakt dat de toekomstige basis voor dienstverlening.

Fictief kan een onderneming €800 miljoen aan nieuwe systemen verkopen en €200 miljoen aan diensten. Dalen systeemverkopen 20% terwijl diensten 10% groeien, dan wordt de totaalomzet €860 miljoen: 14% lager. De dienstentak dempt dan de daling, maar wist haar niet uit.

Onderzoekskosten lees je ook op de balans

Onderzoek en ontwikkeling zijn bij een materiaaltechnologiebedrijf noodzakelijk om toekomstige producten te kunnen leveren. Sommige uitgaven worden direct als kosten genomen. Bepaalde ontwikkelingsuitgaven kunnen, als aan de boekhoudkundige voorwaarden is voldaan, eerst op de balans komen en later via afschrijving in het resultaat terugkeren.

Daarom is de onderzoeksregel in de winst-en-verliesrekening niet altijd gelijk aan alle ontwikkelingsuitgaven van die periode. ASM toont in de kwartaaltoelichting een aansluiting tussen bruto onderzoeks- en ontwikkelingsuitgaven, activering en afschrijving. Die aansluiting helpt de werkelijke investering te begrijpen.

Neem fictief €100 miljoen bruto-uitgaven, waarvan €30 miljoen wordt geactiveerd, plus €20 miljoen afschrijving van eerdere ontwikkeling. Dan verschijnt €90 miljoen als netto kosten in deze vereenvoudigde rekening. De kasuitgave blijft €100 miljoen. Activering maakt ontwikkeling niet gratis en neemt het risico van technische mislukking niet weg.

Een lage kostenratio kan bovendien het gevolg zijn van snel stijgende omzet. Dat hoeft niet te betekenen dat er minder wordt onderzocht. Kijk zowel naar het absolute bedrag als naar de verhouding tot de omzet.

Winst en kasstroom kunnen uiteenlopen

De kasstroom wordt beïnvloed door voorraden, klantbetalingen en vooruitbetalingen. Tijdens een groeifase kan productie voorbereiding vragen voordat een klant betaalt. Een volgend kwartaal kan het geld alsnog binnenkomen. Daarom is één sterke kasstroomperiode geen zelfstandige bewijsvoering voor een blijvend hoger winstniveau.

Een fictieve leverancier verdient €200 miljoen operationele kasstroom vóór veranderingen in werkkapitaal. Hij bouwt €80 miljoen extra voorraad op en ontvangt €50 miljoen extra vooruitbetalingen. Met alleen die veranderingen resteert €170 miljoen operationele kasstroom. De volgende periode kunnen beide bewegingen omkeren.

Beoordeel daarnaast uitgaven voor gebouwen, productiecapaciteit en ontwikkeling. Kijk over meerdere kwartalen of de groei van de winst ook tot geld leidt. Een stijgende vordering is geen probleem op zichzelf, maar vraagt uitleg wanneer klanten structureel later betalen of acceptatie van systemen vertraging oploopt.

Valuta, klantinvesteringen en exportmogelijkheden

ASM heeft een omzetbasis die overwegend in dollars luidt, maar rapporteert in euro’s. Daarom kunnen groei in lokale valuta en gerapporteerde groei verschillen. Een valuta-effect op omzet is bovendien iets anders dan een omrekeningsresultaat op bijvoorbeeld kasmiddelen of vorderingen.

Bij een fictieve omzet van $120 tegenover eerder $100 is de dollargroei 20%. Als een dollar eerst €1 waard was en later €0,90, groeit de omgerekende omzet van €100 naar €108: 8%. De productieprestatie en de euro-uitkomst vertellen elk iets anders.

De vraag naar machines blijft daarnaast afhankelijk van investeringsplannen van chipfabrikanten. AI, geheugen en geavanceerde logica kunnen veel investeringen vragen, terwijl andere eindmarkten tegelijkertijd zwakker zijn. Kijk dus naar de samenstelling van de vraag en niet alleen naar het etiket ‘chipsector’.

Exportregels en geopolitiek kunnen beïnvloeden welke klanten beleverd mogen worden en onder welke voorwaarden. De precieze reikwijdte verandert. Trek daarom uit een eerdere levering geen conclusie over onbeperkte toekomstige toegang tot dezelfde markt. Dit dossier geeft geen specifieke juridische beoordeling van een machine of bestemming.

Een bruikbare beoordeling van het aandeel

Verbind drie vragen: welke nieuwe processtappen worden nodig, welke daarvan wint ASM en welk rendement levert de groei na alle ontwikkelings- en kapitaalkosten op? Daarachter komt de waarderingsvraag: hoeveel succes is al in de aankoopprijs verondersteld?

Een doel voor een toekomstig jaar is geen gerealiseerde omzet en ook geen garantie voor de beurskoers. Een bedrijf kan zijn eigen verwachting verhogen terwijl beleggers al op méér rekenden. Omgekeerd zegt een koersdaling niet automatisch dat de technische positie is verslechterd.

De peildatum is 14 oktober 2026; de financiële voorbeelden van ASM komen uit de tweede kwartaalrapportage. Er worden geen actuele koers, koopgrens of koersdoel gegeven. De overige rekensommen zijn fictief en bedoeld om de economische samenhang zichtbaar te maken.

Bronnen en controle

Gecontroleerd op 14 oktober 2026. Rekenvoorbeelden zijn fictief en geen actuele koersen. De geraadpleegde primaire bronnen en de gebruikte onderdelen staan hieronder.

  • ASM: tweede kwartaal 2026: Resultaten, operationele toelichting, kasstroom, R&D-aansluiting, valuta en ASMPT-deelneming gelezen in rapport van 13 pagina’s, met focus p. 1–10.
  • ASM: ALD-technologie: Volledige inhoudelijke product- en procesuitleg gelezen; geen onbewezen marktmonopolie geclaimd.
  • ASM: epitaxie: Inhoudelijke uitleg van epitaxie, selectiviteit en toepassingen gelezen.
  • ASM-persbericht via GlobeNewswire: Door ASM uitgegeven bericht volledig gelezen; financiële cijfers en waarschuwingen rond vooruitzichten vergeleken.

Ook inhoudelijk vergeleken met VEB: sterke ASMI-cijfers, BNP Paribas Markets: ASMI na correctie.