Een gewone stop-loss activeert een marktorder zodra het gekozen stopniveau volgens de brokerregels wordt bereikt. De stopprijs is een startsein, geen gegarandeerde verkoopprijs. Bij een plotseling koersgat kan je verlies daarom groter worden dan je vooraf uit het stopniveau had berekend.
Wat gebeurt er na het stopniveau?
Bij een verkoopstop voor aandelen die je bezit, ligt het stopniveau gewoonlijk onder de huidige marktprijs. Zodra de activeringsvoorwaarde is vervuld, verandert de order in een marktorder. Die zoekt beschikbare kopers. De uiteindelijke prijs hangt af van hun biedingen en de beschikbare aantallen.
Een gewone verkooplimiet werkt anders. Die geeft direct een minimumprijs voor verkoop en kan meteen uitvoerbaar zijn als de markt daarboven staat. Een stop-loss wacht eerst op een gebeurtenis. Verwar de velden in het orderformulier dus niet.
Ook bestaan koopstops, bijvoorbeeld voor een shortpositie. Dit artikel gaat over het eenvoudiger geval waarin je bestaande aandelen na een daling wilt verkopen. Hefboomproducten kunnen eigen ingebouwde stopmechanismen hebben; die zijn niet hetzelfde als een zelf ingelegde aandelenorder.
Een koersgat maakt het prijsrisico zichtbaar
Je koopt fictief 100 aandelen voor €50 en plaatst een verkoopstop op €45. Je rekent misschien op maximaal €500 koersverlies: 100 × (€50 − €45). Die berekening is alleen de uitkomst als alles precies voor €45 wordt verkocht.
Na onverwacht nieuws opent het aandeel de volgende handelsdag rond €38. Veronderstel dat je stop daar activeert en de 100 stukken voor €38 worden uitgevoerd. De opbrengst is €3.800 en het koersverlies €1.200, vóór kosten. Het stopniveau heeft geen koper op €45 gecreëerd.
| Veronderstelde verkoopprijs | Opbrengst 100 aandelen | Verlies vanaf €5.000 |
|---|---|---|
| €45 | €4.500 | €500 |
| €38 | €3.800 | €1.200 |
Ook zonder nachtelijk koersgat kan een snelle daling meerdere prijsniveaus overslaan. Een groot ordervolume kan over verschillende biedprijzen worden verdeeld. Daarom hoort een stressscenario bij het gebruik van een stop, niet alleen een rekensom op het ingestelde bedrag.
Een korte dip kan je positie al beëindigen
Stel dat de koers even onder het stopniveau zakt en daarna herstelt. De verkoop kan dan al zijn uitgevoerd. Je bezit de aandelen niet meer wanneer het herstel plaatsvindt. Een stop reageert op de ingestelde prijsvoorwaarde, niet op de vraag of het nieuws fundamenteel belangrijk was.
Bij een krappe stop kan een normale dagelijkse beweging voldoende zijn. Een ruimere stop geeft meer bewegingsruimte, maar laat ook een grotere daling toe voordat hij activeert. Er is geen universeel percentage dat dit dilemma oplost voor alle aandelen en beleggers.
Bedenk ook vooraf wat je na uitvoering doet. Opnieuw instappen zonder nieuwe afweging kan leiden tot herhaalde transacties en kosten. Een stop is een uitvoeringsregel binnen een beleggingsbeslissing; hij formuleert die beslissing niet voor je.
Controleer waarop de broker de stop activeert
De activeringsregel kan afhangen van de laatste transactie, een bied- of laatquote of andere marktvoorwaarden. Ondersteuning kan per beurs en product verschillen. Controleer bovendien of de order buiten reguliere handelsuren actief is en hoe lang hij geldig blijft.
Een koers op een vertraagde grafiek kan afwijken van de gegevens waarmee de broker de stop beoordeelt. Bewaar daarom de orderbevestiging en de voorwaarden. Bij twijfel over een uitvoering zijn tijdstip, handelsplaats, trigger en daadwerkelijke transacties relevanter dan alleen een screenshot van de daggrafiek.
Bij dividend, splitsing of andere bedrijfsgebeurtenissen kunnen openstaande orders worden aangepast of vervallen. Loop zulke orders opnieuw na. Een bedrag dat vóór een wijziging logisch leek, hoeft daarna niet dezelfde betekenis te hebben.
Wat verandert een trailing stop?
Een trailing stop gebruikt een meebewegend stopniveau, bijvoorbeeld een vaste afstand of percentage onder een gunstig opgelopen koers. Bij een verkoopstop beweegt de grens dan mee omhoog en gewoonlijk niet mee omlaag. De exacte berekening en activering zijn productspecifiek.
Een fictieve afstand van €5 onder een hoogste gevolgde koers van €60 geeft een stopniveau van €55. Stijgt de gevolgde koers naar €65, dan kan de grens €60 worden. Ook hier blijft het onderscheid gelden: het niveau activeert een order en garandeert geen verkoop voor €60.
Een trailing variant automatiseert het aanpassen van de grens, maar verwijdert koersgaten en korte uitslagen niet. Lees welke koers als hoogste koers wordt gebruikt en of het mechanisme bij een gesloten markt doorloopt.
Een stop-limit wisselt het ene risico voor het andere
Een stop-limitorder activeert na de trigger een limietorder. Daarmee stel je een ondergrens voor de uitvoeringsprijs in. Als de markt onder die grens ligt en daar blijft, kan de verkoop geheel uitblijven. Je houdt dan de positie en het verdere koersrisico.
De keuze is dus tussen prijsruimte en kans op uitvoering, binnen de regels van het platform. Lees vooraf ook hoe een marktorder wordt gevuld. Een gewone stop-loss kan helpen een vooraf gekozen handeling uit te voeren, maar is geen verzekering van je inleg of maximale verlies.
Bronnen en controle
Gecontroleerd op . Rekenvoorbeelden zijn fictief, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Geraadpleegde primaire bronnen:
- SEC Investor Bulletin: Trading Basics: Primaire beleggersvoorlichting over limiet-, markt-, stoporders, geldigheid en beperkingen.
- FINRA Stop Orders: Trigger versus uitvoering, korte koersuitslagen en risico in volatiele markten.
Voor vergelijking van de uitleg zijn ook gelezen: DEGIRO ordertypes; Rabobank ordertypes. Deze vergelijking vervangt de primaire bronnen niet.